Hoofdtekst
Ik heb horen zeggen dat er daar een gete schreeuwde allen avende in Becelare op ’t hof van boer Soete. Dat heeft, ja ik was een jaar of achttiene, dus ’t is ’t sestig jaar geleden, dat duurde alleszins enigte weken. Ze zeien: "’t Is een gete die daar is, een gete die daar schreeuwt”! Ze zat op een boom. Als dat leugens zijn of niet, ik weet het niet. Os mannevolk heeft gaan kijken, maar ja, ze zijn doed, ze kunnen het niet meer zeggen.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Op een boerderij in Beselare hoorde men gedurende enkele weken iedere avond een geit schreeuwen. De geit zat in een boom.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
25
1906
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Brielen   
Plaats van Handelen
Beselare   
