Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JVANH0057_0057_42674

Een sage (mondeling), 1962

Hoofdtekst

De donder slaat op oneerlijke schaapherder.Vroeger was het de gewoonte dat de schepers 's nachts bij hun schapen bleven slapen in een of andere hut. Dat was hier ook zo. Op een avond nu stopte er een wagen voor zo'n hut waar een scheper was. Een man stapte uit en vroeg de weg. De scheper legde het hem uit, maar ondertussen had hij een pakje losgemaakt dat op de wagen was vastgebonden. De heer had er niets van gezien en reed verder. Maar na een half uur was hij daar terug en hij vroeg de scheper of hij geen pakje gevonden had. De scheper zei dat hij van niets wist. Maar de heer drong aan: hij moest het gevonden hebben want hij had anders niemand niet tegengekomen. De scheper antwoordde: ik wil eeuwig branden als ik dat pakje heb. Op het zelfde ogenblik greep de heer een bijl van de wagen en sloeg de scheper de kop in. Een donderslag viel op de hut en verbrandde ze helemaal met de scheper erbij. Later hebben de mensen de brandende scheper nog dikwijls door de Tielen-hei zien dwalen. Hij is zelfs in een huis binnengekomen en ging op een stoel zitten. Het felste was wel dat die stoel niet begon te branden. Later werd de scheper aan de zee gezien en waarschijnlijk werd hij door de mensen in zee geworpen.

Beschrijving

Een schaapherder die in zijn hut overnachtte, hoorde een wagen stoppen. Er stapte een heer uit, die de herder de weg kwam vragen. Terwijl de herder de heer uitlegde hoe hij moest rijden, maakte hij stiekem een pakje van de wagen los. Daarna reed de heer nietsvermoedend verder. Een half uur later kwam de heer echter terug om de herder te vragen of hij geen pakje had gevonden. Daarop antwoordde de leugenaar: "Ik wil eeuwig branden als ik dat pakje heb". Daarop sloeg de heer de schaapherder met een bijl de schedel in. Op dat ogenblik sloeg de bliksem in. De hut vloog in brand en de schaapherder werd door de vlammen verteerd. Later heeft men de schaapherder nog vaak door de Tielen-hei zien dwalen. Op een dag is de herder zelfs binnengekomen in een huis, waar hij op een stoel ging zitten. Merkwaardig genoeg vloog de stoel niet in brand. Later heeft men de herder aan de kust gezien. Wellicht werd hij door de mensen in zee geworpen.

Bron

J. Van Hout, Leuven, 1962

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
antwerps (geel, gierle, kasterlee, lichtaart,…)
41
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Tielen    Tielen   

Plaats van Handelen

Tielen    Tielen