Hoofdtekst
me groeutvôder kam thös langs nen holle weg; en hem zag een kat; en hem zei: "Poeske, komde gê mei?" en de kat sproeng op hem en kam mei; en ’s anderendôgs zei di heks: "Wel, ge wôt och nog lôt op de bôn!"
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een man die in een holle weg een kat zag, sprak tot het dier: "Poesje, poesje, kom je mee?" De kat sprong tegen de man op en ging mee. De volgende dag kwam de man een vrouw tegen, die zei: "Wel, jij was ook nog laat onderweg!"
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
461
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Buvingen   
