Hoofdtekst
Op een hofstee ’t was ossan toverije, ze kosten geen butter krijgen. L. Six vertelde dat. En z’hadden een kleen kinnige (kindje), ’t kreesch ossan en de boer en de boerinne waren weg en dat vrouwmensch kwam en ze zat bij ’t vier, en den knecht lei ossan hout derin en hij miek vier en dat vrouwmensch zweette dat ze niet weg en kende. “Asjeblief”, zei ze, “houd op”. “A je (als je) ’t kind geen kwaad meer doet”, zei den knecht. En ze zei: “Haalt mijn naaibak”, en ’t waren al spellen dat ze trok uit etwod, en als de boer en de boerinne weerekamen ’t was al gedaan en het kind en kreesch niet meer.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
Op een boerderij in Houtkerke kon men geen boter meer maken. Bovendien huilde het kindje van de boer en de boerin de hele tijd. Toen de boer en de boerin op een dag weg waren, zat er een vrouw bij de open haard in de boerderij. De knecht stookte het vuur steeds heter en heter tot de heks zei: "Alstublieft, stop daarmee!", waarop de knecht antwoordde: "Als je het kind geen kwaad meer doet!" Daarop nam de heks een speldenkussen en trok er alle naalden uit. Daarna heeft het kind niet meer gehuild.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
283
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
Plaats van Handelen
Houtkerke   
