Hoofdtekst
X: En van kludde, heb je daarvan nog gehoord?13: Kludde?14: Ik heb daarvan ook nog gehoord hé. Er is daarover ook een boek hé, eigenlijk, over de kludde, maar je zou het eens…13: Een soort geest zeker?14: Jaja.13: Maar in Poperinge heb ik daarvan nog nooit gehoord hoor.14: Van de kludde? Niet veel.X: Was het een beest?14: Nee, het was lijk een persoon. Ik ga het niet met zekerheid zeggen hoor, ik ken niet veel van de kludde hoor. Ik heb (onverstaanbaar). Jaja.13: Ik heb die naam nog nooit gehoord.14: Zoals we zeiden ‘de nekker’ hé, vroeger.13: De nekker… dat was… wel, die zat hoog op de hagen en allemaal.14: Jaja, met ketens en (onverstaanbaar) en doen hé, om de mensen bang te maken hé.13: De necker… n e c k e r (spelt).14: ‘De nekker’ zeiden ze.13: Ik heb dat nog gehoord.
Beschrijving
De nekker zat met kettingen op de hagen om de mensen bang te maken.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (poperinge)
13D
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nekker   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
