Hoofdtekst
Mijn vader is nog dikwijls ’s nachts naar huis geleed geweest van wel twintig honden. En ze kwamen rond zijn voeten lopen. En ze gingen lijk voren, rechte naar huis. Ze wisten waar dat hij lijk weunde!! ’t Is raar hé! En als hij thuis kwam bleven ze daar aan de deure staan: ze wilden niet weg. En ’s nuchtends waren ze were weg.
Beschrijving
Een man die 's nachts naar huis ging, kwam vaak een twintigtal honden tegen, die hem voor de voeten liepen. De honden liepen voor de man uit alsof ze wisten waar hij woonde. Bij zijn thuiskomst stelde de man vast dat de honden bij zijn deur bleven staan. Pas de volgende ochtend waren ze verdwenen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
142
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Waregem   
