Hoofdtekst
De groendeloze pit is hier op Ostdunkerke. Da was an e grote kasteelheer, en ’t was ton al per voteure en perd. En dien here gieng gon kieken no zien hofstee en de koetsier was haost versteven van de koede en ’t kwam en hoend of en e beet de strieng deure en dien here is verzoenken in de pit, en de kartong was ’t er van deure.
Beschrijving
Een kasteelheer wilde met paard en kar naar zijn boerderij gaan kijken. Onderweg was de koetsier verkleumd van de kou. Op zeker ogenblik kwam er een hond aangelopen, die de touwen van de paarden stukbeten. Daarop is de koets met de kasteelheer verzonken in de bodemloze put in Oostduinkerke. De koetsier heeft zich kunnen redden.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (bachten de kupe)
807
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Koksijde   
