Hoofdtekst
Een van de Jeumskensmennekens hadden ze zijn hoefijzers afgetrokken en zo kwam het ter sprake wat die mannen allemaal konden door hun geheime macht. Die macht kwam van den hoge en zij waren verplicht de mensen daarmee te helpen en te genezen van den boze of van allerlei ziekte. Die twee mannen hielpen de mensen niet voor geld, maar ze deden dat enkel om de mensen voort te helpen, zonder ene cent daaraan te verdienen. Was er iets in de stal of 't huis: Frans moest komen. Frans was overal. En hadde gij tandpijn: hij bond ze u af. Hadde in ne verroeste nagel gepakt: 't wilde kwaad of 't vier kwam erin: hij leesde u het vier af. En kende gij het gebed van de koortsboom? Frans kon de mensen van alle koorts genezen als hij u aan de koortsboom bond.En wie overleest als gij verstuikt zijt? Boerke Maes wilde het ook weten, maar wat haalt dat uit? De roos genezen, ja, dat kan hij, omdat hij ne mol in zijn hand heeft laten sterven; 'n geit genezen, waar 't vast zit, verlossen met nen bol roet in smout gerold en een klein schietgebedje, ja, dat kan allemaal genezen; maar pakt hij ooit 'n opgelopen koie aan? Kan ie 't peerd belezen? Da's wat anders, en dan is 't maar altijd… De Jeumskensmennekens. En ja, na gaat Frans het te kaad krijgen!
Beschrijving
In Arendonk woonden twee mannen die verplicht waren hun medemensen van het kwaad af te helpen zonder er iets aan te verdienen. Toen men die mannen een keer de hoefijzers van de voeten had getrokken, wist men over hoeveel kracht ze beschikten.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps ('land van turnhout')
231
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   
Plaats van Handelen
Arendonk   
