Hoofdtekst
Boerenknecht “van de Maar bereen”.Ik lag in mijn bed; en d’r viel iets op mij en ik kon nie weg! En die hiel mijn polsen vast en ik begon herd te roepen; da miënden ik, mor da was nie waor! En onze koeter kwam thuis in de schure – we sliepen ten in de schure – en die sprak tegen mij en opiëns was da gedaon; mor da was van de maor bereen dak ik was, he!
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een knecht die in zijn bed lag, voelde dat er iets op hem viel, dat zijn polsen vastgreep. De knecht begon luid te roepen, maar er kwam geen geluid uit zijn keel. Pas toen iemand binnenkwam in de schuur en de knecht aansprak, was de maar verdwenen.
Bron
H. Arens, Gent, 1954
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (land van waas)
100
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Kallo   
