Hoofdtekst
Beschrijving
Toen in Kokejane een Bohemerwagen was gesignaleerd, deden de mensen al hun deuren op slot. De Bohemers verkochten afgetakelde paarden die ze hadden opgelapt, zodat de dieren er gezond uitzagen. Een man had van de Bohemers voor tweeduizend frank een paard gekocht. Een uur later was het paard nog geen honderd frank meer waard. ’s Nachts begon het paard te manken en uiteindelijk zakte het door zijn poten. Op dat moment waren de Bohemers natuurlijk al weg met hun wagen. Soms plakten de Bohemers vellen aan de paarden, die er de volgende dag af vielen. De hennen lieten zich altijd heel makkelijk pakken door de Bohemers, zodat het leek alsof de dieren door deze mensen werden betoverd.
Bron
A. Vanden Herrewegen, Leuven, 1975
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (grens oost-vl. en henegouwen)
26F
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bohemer   
Naam Locatie in Tekst
Tollembeek   
Plaats van Handelen
Kokejane   

