Hoofdtekst
I: En wat er er zo gedaan om de stal bijvoorbeeld te beveiligen, wat deden de boeren zo?1 UU: Ah, dan maakten ze een kruisje van stro en daar wijwater over gesprenkeld en dat kruisje wierd naast de deur van de stal gelegd en d’er wierd daar een steen op gelegd opdat dat kruisje goed zou getekend blijven. Dat was, als dat er was dan kon d’er in de stal niks gebeuren, dat was een tegenvergif tegen de hekserij of tegen de toverij.”I: En hadden ze nog andere middelen zo?1: Ah, de boeren gingen met de lantaarn hé, ’s morgens of ’s avonds hé allez, als er zo sprake was van plagen onder de beesten en allez ging de boer en de boerin met een lantaarn en met wijwater de stallen rond en d’er wierd daar helegaan met wijwater besprenkeld hé en dat was van stro een kruisje van stro hé en opdat dat een beetje intakt zou gebleven hebben wierd er daar een steen op gelegd en dat wierd nevenst de ingangsdeur van de stal gelegd en dat was bijna een garantie tegen hekserij.I: En waren d’er nog andere dingen bijvoorbeeld een hoefijzer of soms zetten ze ook een riek vooraan nevenst de stal, naast de deur of soms doen ze ook een kruis op de grond en dan moeten alle beesten daarover lopen.1: D’er over gaan. Bah ja, dat is een beetje in die zin hé, maar dat strooien kruisje daar weet ik nog af. Ik geloof waar dat mond- en klauwzeer en dat was zeer besmettelijk hé en dan nog dat wierd heel gemakkelijk overgedragen en dan was dat met een paar klompen voor in de stal en een paar klompen voor buiten de stal en enfin hetgeen dat ze nu moeten doen met de varkenspest hé dat ze dan een bak met ontsmettingsmiddel hebben staan waar ze met hun botten eerst moeten instappen eer dat ze verder met de stallen gaan en zo hé dat was toen een beetje de manier gelijk dat dat nu modern is was dat toen de gebruikelijke wijze voor de bescherming tegen de overdrachten hé en wat dat er nog is als ze vroeger moesten een koe slachten hé slachtten ze een haan gaan uitkappen, zeiden ze daartegen en dat was als een koe een poot of iet gebroken had of als ze moesten slachten hé en weet ge wat het was ook? D’er waren veeartsen, maar d’er wierd geen medicatie gegeven voor die beesten en als ze dan toch moest doodgaan en ja slachterijen dat bestond toen nog niet hé dan wierd dat uitgekapt noemden ze dat en een beenhouwer die komt een rund versnijden hé, dus vellen en dan openkappen en versnijden hé en alle boeren gingen dan als steun omdat hij zou wat geld gehad hebben van die beest want anders was dat verloren hé gingen ze allemaal bij die boer kopen de boeren, dat wierd rondgezegd, dinge, de belleman deed dat: “Uitkapping bij die boer die dag van die uur tot die uur;” en daarmee maakte die boer nog geld van zijn beest, anders was dat zogezegd verloren, want dat waren dan allemaal boertjes van minder dan tien koeien hé, vier vijf zes koeien, de landerijen wierden omgeploegd met een gespan van koeien hé, ze hadden allemaal geen paarden hé.
Beschrijving
Om hun stal tegen het kwaad te beschermen legden de boeren een strooien kruisje dat met wijwater was besprenkeld onder een steen naast de deur van de stal.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
1UU
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Maria-Oudenhove   
