Hoofdtekst
Het spookt op de Blaringse Hoeven. Pater verjaagt spoken.Als mijn nonkel nog leefde, die kost daarvan klappen, van de Blaringse Hoeven. Dat waren drie hoeven. Die waren van de graaf van Westel. Daar moet het gespookt hebben. Dat was 's avonds. Ze gingen de beesten voeieren. Dan stonden die daar te zweten. Daar was er één van gestorven.Dan gingen die naar 't klooster. Die was meegekomen. Die deed ze allemaal gaan slapen; zelf bleef hem op. Toen was dat gedaan.
Beschrijving
De Blaringse Hoeves waren drie hoeves die aan de graaf van Westerlo toebehoorden. In die hoeven spookte het. Wanneer men de dieren 's avonds ging voederen, stonden ze te zweten. Toen één van de dieren was gestorven, ging men naar het klooster. Er kwam een pater naar de boerderij, die een tijdje alleen wilde gelaten worden. Na de interventie van de pater gebeurden op de boerderij geen vreemde dingen meer.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (westerlo en omgeving)
301
Oom van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
graaf van Westerlo   
Westerlo (graaf van)   
Blaringse Hoeves   
Naam Locatie in Tekst
Zoerle   
Plaats van Handelen
Westerlo   
