Hoofdtekst
‘t Was hier ton (dan) ook nog ene die de kwaan hand had, de Wewe (weduwe) Overbeke, ze woonde zij eingelijk op grondgebied Gistel, maar ze wareerde (doolde) hier ook rond. En de mensen hadden al schrik d’r van voor under (hun) joengens (kinders). En ze smeten ton een kruisje met zout aan de deure, ze koste daar niet over ton.
Beschrijving
Iedereen was bang voor een vrouw uit Gistel, die de mensen vaak onder invloed bracht van de kwade hand. De mensen maakten met zout een kruisteken voor de deur, opdat de heks niet binnen zou kunnen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Snaaskerke   
Plaats van Handelen
Gistel   
