Hoofdtekst
Op de boerderij bij M. in Nerem, doa kwam e wit pjaad 's nach(t)s. Het kwam alle dagen tussen de twee eigende pjaad in staan - ze hadden ene hele stal vol pjaard (= paarden) staan - en as middernach(t) voorbij was, dan rochelde het 'hi, hi, hi,' hein. Ene knecht zei op den andere 'gang de witten uitlaten!' mè dat he(ef)t jaren geduurd. En de laatste keer dat het gebeurde begonnen de deuren en de vinsters te rammelen en ze vlogen weg en toen was het ineens gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Op de hoeve van M. in Nerem kwam om middernacht een wit paard. Het paard ging altijd tussen dezelfde twee paarden in staan. Een knecht had al vaak geprobeerd om het witte paard weg te jagen, maar dat was hem nooit gelukt. Toen het witte paard voor de laatste keer kwam, begonnen alle deuren en ramen te rammelen om vervolgens weg te vliegen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
364
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mal   
Plaats van Handelen
Nerem   
