Hoofdtekst
HET VERDWENEN DORP WIELDER
‘Dit dorp, ook wel stad genoemd, zou in het verleden op het gelijkluidende terrein, De Wielder, hebben gelegen. De bewoners van het dorp waren knappe zakenlui. Zij dreven een winstgevende handel met scheepvaart op de Maas, die met een tak langs het dorp streek. Zij waren zo rijk geworden, dat zij hun koeien en honden aan zilveren kettingen bonden en hun paarden met gouden hoefijzers lieten beslaan, terwijl het vee gedrenkt werd in marmeren drinkbekkens.
Deze rijkdom bracht de dorpelingen echter tot hoogmoed, die niet zelden voor de val komt. Zo ook de “Wieldenaren”, die door de welvaart hun vertier zochten in ontucht en losbandig leven. Bovendien brachten zij eenvoudige mensen uit de omgeving tot nog grotere armoede, door hun tegen woekerrente geld te lenen.
De pastoor van “de Wielder” zag het onheil naderen en waarschuwde zijn parochianen dringend. Deze lieten zich echter weinig gelegen liggen aan zo veel zwartkijkerij en zij vervielen daardoor van kwaad tot erger. De door de pastoor voorspelde wraak des hemels sloeg inderdaad in een spookachtige stormnacht toe en deed het hele dorp met de bewoners en al hun have en goed wegzinken in de diepte van het moeras.
Op de plaats waar het dorp heeft gestaan, ontstond een grote waterplas, waaruit in maanlichte nachten het geluid van doodsklokken opklinkt. En wanneer het 's nachts stormt en spookt in de Baerewieje, hoort men een geweeklaag als van mensen die in doodsnood verkeren.’
‘Dit dorp, ook wel stad genoemd, zou in het verleden op het gelijkluidende terrein, De Wielder, hebben gelegen. De bewoners van het dorp waren knappe zakenlui. Zij dreven een winstgevende handel met scheepvaart op de Maas, die met een tak langs het dorp streek. Zij waren zo rijk geworden, dat zij hun koeien en honden aan zilveren kettingen bonden en hun paarden met gouden hoefijzers lieten beslaan, terwijl het vee gedrenkt werd in marmeren drinkbekkens.
Deze rijkdom bracht de dorpelingen echter tot hoogmoed, die niet zelden voor de val komt. Zo ook de “Wieldenaren”, die door de welvaart hun vertier zochten in ontucht en losbandig leven. Bovendien brachten zij eenvoudige mensen uit de omgeving tot nog grotere armoede, door hun tegen woekerrente geld te lenen.
De pastoor van “de Wielder” zag het onheil naderen en waarschuwde zijn parochianen dringend. Deze lieten zich echter weinig gelegen liggen aan zo veel zwartkijkerij en zij vervielen daardoor van kwaad tot erger. De door de pastoor voorspelde wraak des hemels sloeg inderdaad in een spookachtige stormnacht toe en deed het hele dorp met de bewoners en al hun have en goed wegzinken in de diepte van het moeras.
Op de plaats waar het dorp heeft gestaan, ontstond een grote waterplas, waaruit in maanlichte nachten het geluid van doodsklokken opklinkt. En wanneer het 's nachts stormt en spookt in de Baerewieje, hoort men een geweeklaag als van mensen die in doodsnood verkeren.’
Onderwerp
SINSAG 1145 - Die untergegangene Stadt; versinkt wegen des Übermutes der Bewohner.   
Beschrijving
Een hoogmoedige, rijke stad verzinkt in het moeras. Het kan er 's nachts spoken: men hoort weeklachten van mensen en doodsklokken luiden.
Bron
Ingezonden in de Volksverhalenbank
Commentaar
Commentaar inzender: "Het verhaal is zeer waarschijnlijk gebaseerd op een Wüstung, een dorp dat als gevolg van een Maasoverstroming in de tiende eeuw is vergaan. Hierover: J. Meuwissen, 'Wieder, en verdwenen villa in de Maasgouw' in: Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold XII (1991), 59-74."
Commentaar inzender: "Mondeling overgeleverd verhaal."
Commentaar inzender: het verhaal werd verteld "Rond 1930".
Naam Overig in Tekst
Maas   
Wieldenaren   
Baerewieje   
Plaats van Handelen
De Wielder   
