Hoofdtekst
Geachte redacteur,
Mag ik u vriendelijk verzoeken om wat ruimte in uw krant? Bij voorbaat dank. Ik woon op Feijenoord, namelijk in de Persoonstraat.
Ik heb een groepje buurvrouwen in mijn buurt die de hele dag doorbrengen met het brengen van koffie- en theevisites aan elkaar. Ze lijken hun tijd heel gezellig door te brengen op deze visites, door elkaar, onder het genot van enorme hoeveelheden koffie, op te winden met moordverhalen en spookverhalen. Zolang ze anderen er geen overlast mee bezorgen, gun ik hen dit plezier van harte!
Maar er is iets heel vreemds in het witte brein van onze dames opgekomen, een vreemd idee dat mij en vele anderen veel overlast bezorgt.
Er is namelijk een huis bij ons leeg, Persoonstraat 7. Welnu, vandaag, in het jaar van onze Heer negentienhonderddrie (het is echt alleen maar op de kalender), hebben de dames ontdekt dat het in genoemd huis… spookt! Afschuwelijk zijn de verhalen die daarover de ronde doen! 's Nachts tegen 12 uur (natuurlijk!) ziet men een grote, vuurrode haan, omringd door zwermen jonge katten, die, heel spookachtig, een wilde dans om genoemde haan uitvoeren; dit alles nu en dan vergezeld van vreemde, angstige geluiden, waarvan niemand de herkomst kan vinden. Ik hoor van een van mijn buurvrouwen, dat een bootwerker, de sterkste van heel Feijenoord (dat zegt heel wat), de meer dan beroemde moed heeft verzameld om zich 's nachts in het vreselijke spookhuis te wagen. De buurvrouwen hadden nog geprobeerd hem tegen te houden, en ze hadden nog gezegd: “Leen, laten we je nou adviseren, jij, doe het niet, denk om je vrouw en de kinderen…” Maar het kon Leen naar bootwerkersmanier “niks schelen”. Nou, ze hadden hem uiteindelijk laten gaan. Maar hij had er spijt van, verzekerden ze me. Volgens de berichten moeten zijn avonturen dan ook vreselijk zijn geweest. Voldoende gewapend tegen onder- en bovenaardse geesten, was hij precies om 12 uur binnengestapt. Precies zoals onze “buurvrouwenraad” had gedoceerd, had hij het tafereel aanschouwd; inderdaad zag hij een haan, omringd door honderden katjes. Alleen met dit verschil dat de buurvrouwen beweerden dat het een rode haan was, terwijl hij stellig een zwarte had gezien. Nou ja, vergissing is mogelijk, vooral op het gebied van spoken! Hij stapte dus naar binnen om, net als de Romeinse veldheer, met een veni, vidi, vici op de lippen terug te komen? Nee, echt niet. Toen hij met zijn knuppel de hele spookgeschiedenis uiteen wilde jagen en om een goed begin te maken die geheimzinnige haan de nek om wilde draaien, werd hij van alle kanten bestormd door een leger katten, die onder een angstaanjagende stilte zich om zijn armen, hoofd en benen strengelden, hem krabden en beten en het in het bijzonder op zijn ogen leken te hebben gemunt. Als een wanhopige vocht hij, sloeg rechts en links en doodde een groot aantal katten, met een, onder zulke benauwde omstandigheden te bewonderen, moed. Maar wie kan iets tegen zo’n overmacht en wat kunnen wij mensen tegen spoken! Uiteindelijk viel onze spokenbestrijder dan ook van uitputting neer.
Nu veranderde het toneel. Heerste er tot nu toe een grote stilte, opeens ontstond er een hels lawaai. Met nieuwe woede vielen de katten op hem aan. En op dat moment hoorde hij, bijna dood, te midden van het gerochel van de stervende katten, getroffen door zijn hand, te midden van het akelige gekrijs van de met nieuwe troepen aanrukkende katten, een driewerf herhaald gekraai van die spookhaan. En als bij toverslag verschenen er vier geesten (of 5, dit is nog niet met zekerheid vastgesteld), allen gehuld in lange, witte hemden met toga mouwen, die, onder een ijselijk gehuil een wilde krijgsdans om hem uitvoerden.
Stel je dit alles eens even voor. Hij uitgestrekt in het midden van de kamer, bedekt met een paar lagen dode en levende katten, de haan hierop als middelpunt onder victorieus gekraai, daaromheen een troep geesten, heksen, spoken etc., die, onder hels lawaai en ketelmuziek, een waren dodendans om hem uitvoerden en dit beschenen door een spookachtig licht, kijk eens even aan, dit alles is wel in staat iemand de schrik om het hart te doen slaan.
Ik hoor dan ook dat er in mijn buurt een grote verhuizing op handen is. Niemand die hier langer wenst te blijven. Kinderen en vrouwen, ja iedereen ziet men, als ze 's avonds het spookhuis naderen, met heilige eerbied een grote kring beschrijven en men hoort een zucht van verlichting slaken, als ze zonder kleerscheuren gepasseerd zijn.
Welnu, ik gun Feijenoord zijn spookhuis, het heeft dus alweer een attractie meer! Maar ik veroorloof me de eigenares een raad te geven. Namelijk deze: Dat zij het “Spookhuis” volgens een betere methode exploiteert!
Laat zij haar “Spookhuis” tegen een matige entree ter bezichtiging stellen. Drommen mensen zullen van heinde en ver komen opdagen om het wonder te zien.
Ik ben ervan overtuigd dat haar succes verzekerd zal zijn. Anders is het me onmogelijk de belangstelling te verklaren die het huis nu al van de zijde van het publiek mag ondervinden.
Mag ik nu nog één, naar mijn mening zeer billijk, verzoek doen: zou men ons, buren niet een bepaald percentage van de entreegelden kunnen uitkeren als schadevergoeding voor de overlast die wij van genoemde attractie hebben, veroorzaakt door de menigte mensen die steeds voor onze huizen staat, waardoor het ons moeite kost behoorlijk in en uit huis te komen? En mogen wij, in afwachting van dit uit te keren percentage, de bevoegde autoriteit beleefd verzoeken voor genoemd huis een agent te willen plaatsen, opdat stremming van het verkeer met de omliggende huizen niet het gevolg van deze spookhistorie wordt? Namens velen, C. S.
Mag ik u vriendelijk verzoeken om wat ruimte in uw krant? Bij voorbaat dank. Ik woon op Feijenoord, namelijk in de Persoonstraat.
Ik heb een groepje buurvrouwen in mijn buurt die de hele dag doorbrengen met het brengen van koffie- en theevisites aan elkaar. Ze lijken hun tijd heel gezellig door te brengen op deze visites, door elkaar, onder het genot van enorme hoeveelheden koffie, op te winden met moordverhalen en spookverhalen. Zolang ze anderen er geen overlast mee bezorgen, gun ik hen dit plezier van harte!
Maar er is iets heel vreemds in het witte brein van onze dames opgekomen, een vreemd idee dat mij en vele anderen veel overlast bezorgt.
Er is namelijk een huis bij ons leeg, Persoonstraat 7. Welnu, vandaag, in het jaar van onze Heer negentienhonderddrie (het is echt alleen maar op de kalender), hebben de dames ontdekt dat het in genoemd huis… spookt! Afschuwelijk zijn de verhalen die daarover de ronde doen! 's Nachts tegen 12 uur (natuurlijk!) ziet men een grote, vuurrode haan, omringd door zwermen jonge katten, die, heel spookachtig, een wilde dans om genoemde haan uitvoeren; dit alles nu en dan vergezeld van vreemde, angstige geluiden, waarvan niemand de herkomst kan vinden. Ik hoor van een van mijn buurvrouwen, dat een bootwerker, de sterkste van heel Feijenoord (dat zegt heel wat), de meer dan beroemde moed heeft verzameld om zich 's nachts in het vreselijke spookhuis te wagen. De buurvrouwen hadden nog geprobeerd hem tegen te houden, en ze hadden nog gezegd: “Leen, laten we je nou adviseren, jij, doe het niet, denk om je vrouw en de kinderen…” Maar het kon Leen naar bootwerkersmanier “niks schelen”. Nou, ze hadden hem uiteindelijk laten gaan. Maar hij had er spijt van, verzekerden ze me. Volgens de berichten moeten zijn avonturen dan ook vreselijk zijn geweest. Voldoende gewapend tegen onder- en bovenaardse geesten, was hij precies om 12 uur binnengestapt. Precies zoals onze “buurvrouwenraad” had gedoceerd, had hij het tafereel aanschouwd; inderdaad zag hij een haan, omringd door honderden katjes. Alleen met dit verschil dat de buurvrouwen beweerden dat het een rode haan was, terwijl hij stellig een zwarte had gezien. Nou ja, vergissing is mogelijk, vooral op het gebied van spoken! Hij stapte dus naar binnen om, net als de Romeinse veldheer, met een veni, vidi, vici op de lippen terug te komen? Nee, echt niet. Toen hij met zijn knuppel de hele spookgeschiedenis uiteen wilde jagen en om een goed begin te maken die geheimzinnige haan de nek om wilde draaien, werd hij van alle kanten bestormd door een leger katten, die onder een angstaanjagende stilte zich om zijn armen, hoofd en benen strengelden, hem krabden en beten en het in het bijzonder op zijn ogen leken te hebben gemunt. Als een wanhopige vocht hij, sloeg rechts en links en doodde een groot aantal katten, met een, onder zulke benauwde omstandigheden te bewonderen, moed. Maar wie kan iets tegen zo’n overmacht en wat kunnen wij mensen tegen spoken! Uiteindelijk viel onze spokenbestrijder dan ook van uitputting neer.
Nu veranderde het toneel. Heerste er tot nu toe een grote stilte, opeens ontstond er een hels lawaai. Met nieuwe woede vielen de katten op hem aan. En op dat moment hoorde hij, bijna dood, te midden van het gerochel van de stervende katten, getroffen door zijn hand, te midden van het akelige gekrijs van de met nieuwe troepen aanrukkende katten, een driewerf herhaald gekraai van die spookhaan. En als bij toverslag verschenen er vier geesten (of 5, dit is nog niet met zekerheid vastgesteld), allen gehuld in lange, witte hemden met toga mouwen, die, onder een ijselijk gehuil een wilde krijgsdans om hem uitvoerden.
Stel je dit alles eens even voor. Hij uitgestrekt in het midden van de kamer, bedekt met een paar lagen dode en levende katten, de haan hierop als middelpunt onder victorieus gekraai, daaromheen een troep geesten, heksen, spoken etc., die, onder hels lawaai en ketelmuziek, een waren dodendans om hem uitvoerden en dit beschenen door een spookachtig licht, kijk eens even aan, dit alles is wel in staat iemand de schrik om het hart te doen slaan.
Ik hoor dan ook dat er in mijn buurt een grote verhuizing op handen is. Niemand die hier langer wenst te blijven. Kinderen en vrouwen, ja iedereen ziet men, als ze 's avonds het spookhuis naderen, met heilige eerbied een grote kring beschrijven en men hoort een zucht van verlichting slaken, als ze zonder kleerscheuren gepasseerd zijn.
Welnu, ik gun Feijenoord zijn spookhuis, het heeft dus alweer een attractie meer! Maar ik veroorloof me de eigenares een raad te geven. Namelijk deze: Dat zij het “Spookhuis” volgens een betere methode exploiteert!
Laat zij haar “Spookhuis” tegen een matige entree ter bezichtiging stellen. Drommen mensen zullen van heinde en ver komen opdagen om het wonder te zien.
Ik ben ervan overtuigd dat haar succes verzekerd zal zijn. Anders is het me onmogelijk de belangstelling te verklaren die het huis nu al van de zijde van het publiek mag ondervinden.
Mag ik nu nog één, naar mijn mening zeer billijk, verzoek doen: zou men ons, buren niet een bepaald percentage van de entreegelden kunnen uitkeren als schadevergoeding voor de overlast die wij van genoemde attractie hebben, veroorzaakt door de menigte mensen die steeds voor onze huizen staat, waardoor het ons moeite kost behoorlijk in en uit huis te komen? En mogen wij, in afwachting van dit uit te keren percentage, de bevoegde autoriteit beleefd verzoeken voor genoemd huis een agent te willen plaatsen, opdat stremming van het verkeer met de omliggende huizen niet het gevolg van deze spookhistorie wordt? Namens velen, C. S.
Onderwerp
SINSAG 0501 - Der Katzentanz   
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Buren hebben angst voor een 'spookhuis' in de Rotterdamse wijk Feyenoord. Een bootwerker had rond middernacht eens willen optreden, maar trof een menige wezens aan: een haan, katten, geesten, tegen wie hij zich niet kon verweren, al zou hij wel wat katten hebben doodgeknuppeld. Dit heeft enerzijds de angst aangewakkerd, maar trekt anderzijds een menigte nieuwsgierig publiek naar het huis.
Bron
Ingezonden in de Volksverhalenbank, moderne bewerking van een krantenartikel uit 1903.
Commentaar
Artikel uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 11-07-1903, omgezet naar modern Nederlands. https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010179181:mpeg21:a0078
Naam Overig in Tekst
Persoonstraat   
Feijenoord   
Feyenoord   
Leen   
Plaats van Handelen
Rotterdam   
