Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KUSTERS008101

Een sage (mondeling), dinsdag 24 september 1963

Hoofdtekst

Als een persoonlijke herinnering van rond 1910 in Asten wil ik eraan toevoegen:
Soms, op donkere avonden, waren wij, op groeiende jongens en meisjes wel 'ns met Moeder op straat. 't Verkeer was nog niet druk en de straatverlichting miniem. Uit 'n zandweg, of van achter 'n huis sprong dan soms 'n katje voor ons op de weg. Wij zagen 't nauwelijks, maar Moeder wees 't ons dan: "Kiek, wie zò 't zijn?" "Wie kan 't zijn Moeder?" en zij dan: "Jè dè wit me nie". Natuurlijk lachten we er om - of fantazeerden mee. Maar ongetwijfeld voelde Moeder dan iets van het magisch geheimzinnige, dat in oude tijden dergelijke feiten omhulde. Zij voelde er beslist iets in van 'n naderend onheil.

Onderwerp

SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.    SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   

SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.    SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.   

Beschrijving

Afvragen wie katje is dat 's avonds op de weg tevoorschijn komt.

Bron

Collectie Kusters, verslag 81, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

Mededeling bij Collectie Kusters, verslag 80, Drika van Stratum

Naam Locatie in Tekst

Asten    Asten   

Plaats van Handelen

Asten    Asten