Hoofdtekst
'n Knecht van grootvader was erg bang van het straatvarken. Toen grootvader op 'n donkere avond buiten ging, wilde hij toch mee. Al gauw hoorden ze iets: het straatvarken!
Grootvader was niet bang, de knecht klappertandde. Grootvader ging op 't geluid af en zich vermannend ging de knecht mee Ze hadden 'n knuppel bij zich ter verdediging. Ze vonden 'n herdershond. De knecht was toch wel blij, toen hij zo dapper was geweest.
Grootvader was niet bang, de knecht klappertandde. Grootvader ging op 't geluid af en zich vermannend ging de knecht mee Ze hadden 'n knuppel bij zich ter verdediging. Ze vonden 'n herdershond. De knecht was toch wel blij, toen hij zo dapper was geweest.
Beschrijving
Geluid dat van straatvarken zou komen blijkt van hond te zijn.
Bron
Collectie Kusters, verslag 109, verhaal 4 (Archief Meertens Instituut)
Plaats van Handelen
Asten   
