Hoofdtekst
Ook weet hij te vertellen, dat vroeger vrij veel mensen behept waren met kwade machten, en heus niet alleen vrouwen. Hun kracht ontleenden ze steevast aan 'n klein, mysterieus boekje, dat ze kregen, wanneer ze in 'n zwak ogenblik verzuchtten, ten koste van al machtiger te willen zijn. Iemand te willen zijn.
Moeilijker dan aan 't boekje te komen, was 't weer kwijt te raken. Daartegen hielp alleen 'n zegening, of overlezen.
Nog bedeesder dan hij z'n verhalen vertelt, "biecht" hij me op, dat zijn eigen vader in 'n brooddronken bui óók eigenaar van zo'n boekje was geworden, dat dat echter niet al te lang geduurd had, en dat hij zodoende 'n heilig ontzag voor en geloof in hekserij en duivelkunstenarij heeft.
Moeilijker dan aan 't boekje te komen, was 't weer kwijt te raken. Daartegen hielp alleen 'n zegening, of overlezen.
Nog bedeesder dan hij z'n verhalen vertelt, "biecht" hij me op, dat zijn eigen vader in 'n brooddronken bui óók eigenaar van zo'n boekje was geworden, dat dat echter niet al te lang geduurd had, en dat hij zodoende 'n heilig ontzag voor en geloof in hekserij en duivelkunstenarij heeft.
Beschrijving
Ontlenen van kwade machten aan toverboekje; kwijtraken door overlezen of zegenen.
Bron
Collectie Eggen, verslag 20, verhaal 8 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Eggen in beschrijving van Daemen.
Plaats van Handelen
Cadier en Keer   
