Hoofdtekst
Een paar inwoners van het nabirige Leeuwen-Maasniel waren op een avond gaan vissen in de Karpervijver van het landgoed Zuidewijk-Spik. Het was een grote vierkante plas, die thans gedempt is en veranderd is in weide. Het was omstreeks middernacht toen de vissers "inzetten" in het verboden viswater. Turend naar hun dobbers zagen ze plotseling zagen ze plotseling uit alle ramen en nissen van de "Spik" licht uitstralen. Hierdoor getroffen lieten ze hun vistuig in de steek en vluchtten naar Kelderböske waar ze halt hielden en weer omkeken. Alles was weer normaal op de "Spik". Van de schrik bekomen, slopen ze weer naar de karpervijver om hun vistuig te halen.
Doesen Martin, die dit verhaal van de man uit Leeuwen gehoord had; vertelde dit verhaal aan Wulme Wulm, die voorspelde:
"Daar komt wat van!"
Dezelfde nacht brandde de Spik af.
Cartigay was destijds boswachter van Hillenraedt. Hij ging dit vertellen aan zijn baas, rentmeester van Hellenraedt van de Boekoul, de heer van de Burghof te Roermond, die eigenaar was van Zuidewijk-Spik.
Deze barstte uit in jammerkreten en riep uit: "Dat had ik al eerder verwacht!"
Onderwerp
SINSAG 0491 - Vorzeichen eines Brandes   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Karpervijver   
Zuidewijk-Spik   
Spik   
Kelderböske   
Doesen Martin   
Wulme Wulm   
Cartigay   
Burghof   
Hillenraedt   
Hellenraedt   
Naam Locatie in Tekst
Leeuwen-Maasniel   
Boekoul   
Roermond   
Plaats van Handelen
Boukoul   
