Hoofdtekst
Mannen, die in hun leven grenspalen hadden verlegd, moesten na hun dood door het veld ronddwalen met de gloeiende grenspaal in hun handen. Ze riepen en bleven roepen: "Woa môt ich um likge, woa zal ich hum likge". Aanhun ellende kwam nooit een einde, omdat ze de rechtmatige plaats niet konden terugvinden. (De vrees voor zulk een eeuwig lot moest de heel sterke bekoring tot die euveldaad doen overwinnen.
Onderwerp
SINSAG 0404 - Wo soll ich ihn hinsetzen?
  
Beschrijving
Grenspaalverleggers dwalen na hun dood met een gloeiende grenspaal rond.
Bron
Collectie Linssen, verslag 3, verhaal 4 (Archief Meertens Instituut)
