Hoofdtekst
De wind laten draaien.
Gans op het einde van de vorige eeuw, misschien wel in 1899, was er op de Wittenberg, nu Hoogstraat, een felle brand bij "Berges Piet". De wind was sterk en zuidelijk. Gevaar dreigde voor naburige huizen aan de westelijke overkant van de weg. Het ouderlijk huis van verteller lag aan de zijde van het brandende perceel. Honderd à honderd vijf en twintig meter noordwaarts. Tegen hun gevel verschroeide het loof door overvliegende vonken.
Pastoor Tacken, die altijd bij branden aanwezig zou zijn, verscheen ook hier ter plaatse. Hij draaide wind pal vanuit het westen, zodat hitte en vonken het open veld voor zich vonden.
Gans op het einde van de vorige eeuw, misschien wel in 1899, was er op de Wittenberg, nu Hoogstraat, een felle brand bij "Berges Piet". De wind was sterk en zuidelijk. Gevaar dreigde voor naburige huizen aan de westelijke overkant van de weg. Het ouderlijk huis van verteller lag aan de zijde van het brandende perceel. Honderd à honderd vijf en twintig meter noordwaarts. Tegen hun gevel verschroeide het loof door overvliegende vonken.
Pastoor Tacken, die altijd bij branden aanwezig zou zijn, verscheen ook hier ter plaatse. Hij draaide wind pal vanuit het westen, zodat hitte en vonken het open veld voor zich vonden.
Onderwerp
TM 3116 - Persoon kan de wind draaien   
Beschrijving
Pastoor draait de wind bij brand.
Bron
Collectie Linssen, verslag 3, verhaal 12 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Wittenberg   
Hoogstraat   
Berges Piet   
Tacken   
Plaats van Handelen
Beesel   
