Hoofdtekst
Aardmannekes.
Verteller had een stuk land gekocht op de Mortel. Met zijn zoons ging hij dit omspitten, maar stuitte op twee voren diepte op een ondoordringbare laag. Dit was ijzeroer.
Het was ongeveer het jaar 1920.
Janssen Wullem kwam daar voorbij en hem werd een verklaring gevraagd. Deze wist te vertellen dat de karpervijver, op dat terrein gelegen, gegraven was door aardmannekes. De uitgegraven aarde hadden zij verspreid over het omliggende land en dat was de ijzeraarde.
Volgens verteller zou op de plaats van de vijver, zoals hij had horen vertellen, een kapel gestaan hebben die verzonken was; doch dat achtte hij zeer onwaarschijnlijk.
Wel geloofden de mensen vroeger dat de duivel met een haakje de voorbijgangers in het water trok.
Verteller had een stuk land gekocht op de Mortel. Met zijn zoons ging hij dit omspitten, maar stuitte op twee voren diepte op een ondoordringbare laag. Dit was ijzeroer.
Het was ongeveer het jaar 1920.
Janssen Wullem kwam daar voorbij en hem werd een verklaring gevraagd. Deze wist te vertellen dat de karpervijver, op dat terrein gelegen, gegraven was door aardmannekes. De uitgegraven aarde hadden zij verspreid over het omliggende land en dat was de ijzeraarde.
Volgens verteller zou op de plaats van de vijver, zoals hij had horen vertellen, een kapel gestaan hebben die verzonken was; doch dat achtte hij zeer onwaarschijnlijk.
Wel geloofden de mensen vroeger dat de duivel met een haakje de voorbijgangers in het water trok.
Onderwerp
SINSAG 1144 - Das versunkene Kloster; versinkt wegen der Schlechtigkeit der Mönche.   
TM 3402 - De kinderschrik   
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Aardmannetjes graven vijver; verzonken kapel; duivel trekt mensen met haakje het water in.
Bron
Collectie Linssen, verslag 5, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Mortel   
Janssen Wullem   
Plaats van Handelen
Beesel   
