Hoofdtekst
Vroeger had hij meegeholpen bij de bouw van de parochiekerk.
Tijdens het schaftuurtje werd er dan met de medearbeiders gepraat over allerlei dingen: ook over spoken en heksen.
Kapelaan Peters had destijds zulk een gesprek bijgewoond. Deze had niet gezegd dat spoken niet bestonden. Hieruit trok verteller het bewijs dat ook de kapelaan eraan geloofde.
Bij het "orate fratres" van de mis, als de priester zich dus naar het volk keert, zou deze volgens sommigen de heksen uit de parochie kunnen kennen. Zij hadden dan geen gewoon hoofddeksel, maar een bijenkorf op het hoofd.
Tijdens het schaftuurtje werd er dan met de medearbeiders gepraat over allerlei dingen: ook over spoken en heksen.
Kapelaan Peters had destijds zulk een gesprek bijgewoond. Deze had niet gezegd dat spoken niet bestonden. Hieruit trok verteller het bewijs dat ook de kapelaan eraan geloofde.
Bij het "orate fratres" van de mis, als de priester zich dus naar het volk keert, zou deze volgens sommigen de heksen uit de parochie kunnen kennen. Zij hadden dan geen gewoon hoofddeksel, maar een bijenkorf op het hoofd.
Beschrijving
Tijdens mis zou geestelijke heksen herkennen door bijenkorf op het hoofd.
Bron
Collectie Linssen, verslag 9, verhaal 4 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Peters   
Plaats van Handelen
Reuver   
