Hoofdtekst
Weerwolf. Op Gasthuishof te Azenray, Maasniel, woonde een dienstbode aan wie het hof gemaakt werd door een boeren knecht van een andere hoeve. Tussen Gasthuishof en de weg liep een beekje. Tussen het beekje en de hoeve was een strook grond. Toen op een avond het bewuste paar zat te minnekozen hoorden zij over de strook grond een hond lopen met een bel, die rinkelde. Hij legde zich onder het raam neer met de kop op de voorpoten. Toen de tijd van afscheid gekomen was, richtte de hond zich op en begon te schaterlachen als een mens. Hij had het hele liefdesgesprek afgeluisterd. Het was een mens geweest in de gedaante van een hond of weerwolf.
Ook gebeurde het meermalen dat een weerwolf zich liet dragen op de rug. Wanneer het slachtoffer echter in staat was de weerwolf bloedend te verwonden, sprong hij weg en ging op de vlucht.
Ook gebeurde het meermalen dat een weerwolf zich liet dragen op de rug. Wanneer het slachtoffer echter in staat was de weerwolf bloedend te verwonden, sprong hij weg en ging op de vlucht.
Onderwerp
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
Beschrijving
Mens in gedaante van hond of weerwolf met rinkelende bel; weerwolf laat zich dragen, verdwijnt bij bloedende verwonding.
Bron
Collectie Linssen, verslag 10, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Gasthuishof   
Naam Locatie in Tekst
Azenray   
Maasniel   
Plaats van Handelen
Azenray   
