Hoofdtekst
Een soldaat uit het leger van Napoleon kwam te voet terug uit Rusland. Hij vestigde zich te Paarlo bij Herkenbosch. In die tijd viel niet veel te verdienen. De pastoor van Herkenbosch had destijds een dennenbos verkocht. De dennen werden afgezaagd en de stronken ("kneur") bleven in de grond zitten.
De oude soldaat mocht deze rooien en het hout verkopen. Hij kreeg de naam van "Kneur". Het was een vinnig manneke en hij "vloekte" in het Frans. Zijn geliefkoosde "vloek" was: "Nom de tonnère". Als stroper had hij steeds zijn geweer, een bovenlader, bij zich. Op een morgen, nadat hij enige uren had gearbeid, ging hij zijn boterhammen opeten; zwart brood gesmeerd met gekookte aardappelen. Zes pruimen had hij opgegeten en stenen naast zich neergelegd.. Daarna stopte hij zijn pijp met gedroogde notenbladeren. Plotseling hoorde hij het geknor van een wild varken. "Nom de tonnère", zei hij. Nu heb ik alleen maar konijnenhagel op mijn geweer, Schiet ik daarmee dan is mijn kans verkeken. Had ik maar "hoofstump bij me !" (hoofstump: zijn de afgeknepen panten van spijkers, gebruikt bij het hoefbeslag van een paard.)
Maar hij had niets om zijn zware hagel te maken dan wat kiezelsteentjes, zand en pruimenstenen. Zo goed en zo kwaad als het kon maakte hij uit de pulver die hij bij zich had, een prop papier uit de tabakszak en de pruimenstenen een kogel. Hij legde aan en schoot. Het varken viel niet maar sloeg op de vlucht, een bloedspoor achterlatend. Het varken kwam over de "Mèr", een ven, thans weiland, en verdween. Het "Kneurke" nam zich voor nooit meer zonder "hoofstump" naar zijn werk te gaan.
Een jaar later was "Kneurke" weer bezig met het uithakken van boomtsronken, maar nu in de "Luzekamp". Zat daar ook weer zijn boterhammen op te eten op de "bomen" van zijn kruiwagen en hoorde weer een geluid: een wild varken. Ditmaal had hij in zijn bovenlader een kogel met "hoofstump". Hij stelde zich verdekt op, liet het varken tot op 25 m naderen, schoot: "raak". Het varken sloeg met de poten in de lucht, "krulde zijn neus; het laatste levensteken. Het was dood. Kneurke, voldaan over zijn goede prestatie, streek het varken door de haren en voelde opeens iets hard. Hij trok eraan maar het liet niet los. Het was een jong pruimeboompje. Hij legde het varken op zijn kruiwagen en kruide ermeer over het heipaadje naar Herkenbosch. In een café aan de weg, waar thans het station ligt, ging hij een glaasje drinken. Het was op een Zaterdag. 's Zondags zou hij zijn varken, door wie het wilde zien, laten bezichtigen voor één cent. De volgende Zondag beurde hij 100 centen, wel vijf maal een normaal dagloon.
Een onderwijzer, "destijds schoolmeester genaamd, had veel interesse voor bloemen en planten. Ook hij had gehoord van het jonge pruimeboompje in de huid van het varken. Hij nam er een oculatie van en "griffelde" die op een andere boom.
Thans nog is deze pruim in de omgeving van Herkenbosch bekend als een kleine gele pruim, met de niet-fraaie naam van "sjietproem" = "schijtpruim"
De plaats waar het varken op de bewuste Zondag te bezichtigen was, en waar vroeger dus een café was, heeft nu nog de naam : "Aan het proemebuimke". (Aan het pruimeboompje).
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Napoleon   
Rusland   
Kneur   
Frans   
Mèr   
Luzekamp   
Aan het proemebuimke   
Naam Locatie in Tekst
Paarlo   
Herckenbosch   
Plaats van Handelen
Herckenbosch   
