Hoofdtekst
IV. De Reuzenkuil. In Putbroek ligt een diepe kuil. Naar men zegt door mensenhanden gegraven. Daar woonden destijds reuzen. Hun koning en hun koningin gingen trouwen en moesten, naar het gebruik van die tijd, hun eigen woning maken. Ze waren door twist verdreven uit hun eigen land, waar men de woningen hieuw in de rotsen. Hier moesten ze zich tevreden stellen met een kuil in de grond. Iets wat zij als deugd beoefendenwas het stilzwijgen. Op een gegeven ogenblik zei de vrouw: "Kijk daar vliegt een ekster". Verbaasd keek de koning op en zei berispend: "'t Is een kraai", werk door". Tien jaar later zei de vrouw: "Die vogel was geen kraai, het was een ekster".
De koning was woedend over dit vele praten. Hij verliet de vrouw en de kuil bleef onvoltooid. Later heeft men ze de naam Reuzenkuil gegeven.
De koning was woedend over dit vele praten. Hij verliet de vrouw en de kuil bleef onvoltooid. Later heeft men ze de naam Reuzenkuil gegeven.
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
Beschrijving
Ontstaan van naam van kuil.
Bron
Collectie Linssen, verslag 30, verhaal 4 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Reuzenkuil   
Naam Locatie in Tekst
Putbroek   
Plaats van Handelen
Putbroek   
