Hoofdtekst
II De loerjager. 's Nachts om twaalf uur reed een vurig ros met een wagen, komende van Goor (onder de plaats Neer) en rijdende dwars door velden en weiden in de richting van de Maas. Niemand durfde 's avonds in die omtrek te komen; iedereen was bang. De loerjager echter niet. Hij zou zijn moed eens tonen. Hij ging, het was winterdag, met zijn geweer op de loer liggen in de sneeuw. Ja, daar hoorde hij tegen twaalf uur geratel van de wagen, die volgens hem reed over de ophaalbrug van Kasteel Goor. Hij zag alles naderbij komen; het werd een grote bol met vuur. Het vloog niet; het ging hem voorbij in de richting van de Maas. Toen alles voorbij was merkte de loerjager dat hij op een heel andere plaats lag dan waar hij zich eerst had opgesteld.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Om middernacht zien van spookpaard dat met een wagen tot een vurige bal wordt.
Bron
Collectie Linssen, verslag 36, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Goor   
Maas   
Naam Locatie in Tekst
Neer   
Plaats van Handelen
Neer   
