Hoofdtekst
Dûmny kaem by in boer, dy't tsien bern hie.
Syn earwearde sei:
"Een groot gezin
is een groot gewin,
een zegen des Heren."
De boer sei fuort dêrop: "Maar ze vreten mij de nop van de kleren."
Syn earwearde sei:
"Een groot gezin
is een groot gewin,
een zegen des Heren."
De boer sei fuort dêrop: "Maar ze vreten mij de nop van de kleren."
Beschrijving
De dominee zei tegen een boer met tien kinderen:
"Een groot gezin
is een groot gewin,
een zegen des Heren."
De boer zei prompt daarop:
"Maar ze vreten me de noppen van de kleren."
"Een groot gezin
is een groot gewin,
een zegen des Heren."
De boer zei prompt daarop:
"Maar ze vreten me de noppen van de kleren."
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 218, verhaal 8
Commentaar
14 januari 1966
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21