Hoofdtekst
II. Jeusje met éénoor, een zwerver, had de kroon van O.L.Vrouw gestolen in de kerk. Vertellers ouderlijk huis stond in het dorp. Daar tegenover moest destijds gewoond hebben Klinges-Nol. Hij had een hond, Bair genaamd. Dit was een goede speurhond. Hij werd op het spoor gezet van de dief. Hij zwom de Maas over en nabij Stevensweert, liggende op het eiland tussen Maas en Geleen, ontdekte Bair de rover, tussen de "witsen"= wilgetenen, die daar groeiden. Hij had de kroon nog bij zich. Klinges-Nol dwong hem mee terug te gaan naar Beegden. Daar is hij op bevel van de autoriteiten aan de galg gehangen. Deze plaats heet tegenwoordig nog de Galgenberg Men vertelt, dat andere zwervers na een paar dagen naar de galg zijn gekomen en zijn kleren onderzocht hebben, of ze mogelijk nog iets van hun gading vonden. Toen het lijk in staat van ontbinding was, hebben bewoners van Beegden het van de galg gehaald en begraven.
Beschrijving
Ontdekken en ophangen van rover van kroon van Mariabeeld.
Bron
Collectie Linssen, verslag 52, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Jeusje met éénoor   
Galgenberg   
Maas   
Naam Locatie in Tekst
Stevensweert   
Geleen   
Beegden   
Plaats van Handelen
Beegden   
