Hoofdtekst
De "maar rijden". In Ittervoort was iemand die geweldig goed kon eten, maar die 's nachts de "maar" reed. Twaalf sneden brood, een paar borden botermelkse pap en nog wat appels vormden zijn avondmaal. Dan ging hij naar bed en sliep tussen "bakhuis" en paardestal in een vierkante ruimte. Elke nacht werd hij gewekt door getik op de ruiten. Daar hield zich 's nachts iemand schuil. Hij zou daar eens en voorgoed een eind aan maken. Hij nam een riek mee naar bed, maar toen hij weer uit zijn slaap wakker werd door gerammel aan de ruit, kon hij niet overeind komen om zijn riek te pakken. De "maar" belette hem het opstaan.
Pastoor van Ittervoort moest eraan te pas komen. Die zou hem stukjes kaars hebben gegeven van kaarsen die met Lichtmis gewijd waren. Deze moesten in de dekens worden genaaid.
Pastoor van Ittervoort moest eraan te pas komen. Die zou hem stukjes kaars hebben gegeven van kaarsen die met Lichtmis gewijd waren. Deze moesten in de dekens worden genaaid.
Onderwerp
TM 3108 - Nachtmerrie berijdt paard   
Beschrijving
Afweer van nachtmerrie door in deken genaaide gewijde kaars.
Bron
Collectie Linssen, verslag 55, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Lichtmis   
Naam Locatie in Tekst
Ittervoort   
Plaats van Handelen
Ittervoort   
