Hoofdtekst
Christiaan Caris was de man, die kon verstaan wat iemand in zijn doodsstrijd (voor een ander onverstaanbaar) te zeggen had. Christiaan was lid van de schutterij. Wat hij dan van de stervende hoorde, kwam in het algemeen hierop neer:
1. Men moest onderlinge liefde betrachten.
2. Men moest goed bidden , ook voor Christiaan.
3. De overledene wilde dat de schutterij in de lijkstoet meetrok.
4. Aan de schutterij moest een vat van 25 l. bier gegeven worden door de nabestaanden.
1. Men moest onderlinge liefde betrachten.
2. Men moest goed bidden , ook voor Christiaan.
3. De overledene wilde dat de schutterij in de lijkstoet meetrok.
4. Aan de schutterij moest een vat van 25 l. bier gegeven worden door de nabestaanden.
Beschrijving
Man zou verstaan wat stervende zegt.
Bron
Collectie Linssen, verslag 70, verhaal 12 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Christiaan Caris   
Plaats van Handelen
Ell   
