Hoofdtekst
De Auvermannetjes. Deze woonden in de Heide. Ze hadden hun verblijf in onderaardse gangen. Ze waren listig en sluw, bewaarden schatten en kenden de geheime eigenschappen van planten en stenen. Ze vreesden het daglicht en kwamen 's avonds te voorschijn om bij goede buren enig huisraad te leen te vragen. Koper en tin werden in de beste orde teruggebracht, blank als goud en zilver geschuurd.
Goed en dankbaar voor hun weldoeners waren zij onverbiddelijke vijanden voor hun vervolgers. Hun taal was de echo.
Eens had een boerenknecht te Doenrode rijstepap klaargezet, maar in plaats van brokken peperkoek oude schoenlappen erin gestopt. Hij ging boven het dampgat van de zolder liggen, om te zien hoe de dwergen daarop reageerden. Deze hadden dat in de gaten en uit wraak schoten ze hem een oog uit.
Goed en dankbaar voor hun weldoeners waren zij onverbiddelijke vijanden voor hun vervolgers. Hun taal was de echo.
Eens had een boerenknecht te Doenrode rijstepap klaargezet, maar in plaats van brokken peperkoek oude schoenlappen erin gestopt. Hij ging boven het dampgat van de zolder liggen, om te zien hoe de dwergen daarop reageerden. Deze hadden dat in de gaten en uit wraak schoten ze hem een oog uit.
Onderwerp
SINSAG 0065 - Zwerge wollen nicht belauert werden   
SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"   
SINSAG 0068 - Erddämonen leihen Haushaltsgerät   
Beschrijving
Doen en laten van kabouters; poetsen van geleende koperen ketels; straffen van degene die hen voor de gek houdt en beloerd.
Bron
Collectie Linssen, verslag 71, verhaal 6 (Archief Meertens Instituut)
Naam Locatie in Tekst
Doenrode   
Heide   
