Hoofdtekst
Spokerij: De ouders van verteller waren boerenmensen. Eertijds woonde zijn vader als knecht op een boerderij en moest in het knechtenkamertje naast de paardestal slapen. Op een avond begon het paard te stampen en te rammelen met de ketting waaraan het was vastgemaakt. Met een stallamp ging hij de donkere stal in, maar niets bizonders was er te bekennen, behalve dat het paard er stond met gevlochten manen. Het dier was nat van zweet en de manen waren bijna niet te ontwarren. Hij vertelde het aan zijn broer die voor niets en niemans bang was. Zij zouden samen in het kamertje slapen in afwachting van de nacht, dat er weer zoiets zou gebeuren. Hij had zich gewapend met een ferme knuppel. En inderdaad: in een der volgende nachten herhaalde zich het spel. De beide broers zochten de hele stal nauwkeurig af; echter niets was te vinden.
Ramen en deuren waren gesloten, alleen bevond zich een rond gaatje in het hout van de deur, waar vroeger een noest had gezeten.
Zorgvuldig werd dit gedicht en sinds die tijd kon geen spook de stal meer binnenkomen.
Ramen en deuren waren gesloten, alleen bevond zich een rond gaatje in het hout van de deur, waar vroeger een noest had gezeten.
Zorgvuldig werd dit gedicht en sinds die tijd kon geen spook de stal meer binnenkomen.
Onderwerp
TM 3108 - Nachtmerrie berijdt paard   
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
's Nachts spokerij bij paarden, spook blijft weg als gaatje in deur is gedicht.
Bron
Collectie Linssen, verslag 82, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
