Hoofdtekst
Brandmerk: Op de Leeuwrk, België, tegenover het dorp Ohé en Laak aan de maas woonde Walen, Cathrien en haar zoon. Zij waren beschuldigd van bijen stelen. Na aanvankelijk ontkend te hebben verpraatte Cathrien zich voor het gerecht, na scherp aan de tand gevoeld te zijn. Zij had gezegd; "mien zeun kupt toujours bie (bijen). Ik doe ze deur, (slinger de honing) . De honing is beterkoop als de butter (boter). Toen ze door de mand gevallen was, werden zij beiden bestraft. Zij zouden op de rug gebrandmerkt worden en wel buiten Maaseyck (B), buiten de bewoonde kom op Siemkesheuvel . De beul had zich verlaat en een grote mensenmenigte was samengedromd. Toen de beul verscheen verweet Cathrien hem dat hij in plaats van te brandmerken , zelf gebrandmerkt moest worden. Het baatte echter niet . De beide bestraften werden aan de schandpaal gebonden en op de ontblootte ruggen werd het brandmerk gezet . Dit verhaal is afkomstig van vertellers grootvader van vaders zijde.
Beschrijving
Brandmerken van dieven om het stelen van bijen.
Bron
Collectie Linssen, verslag 84, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Leeuwrk   
België   
Siemkesheuvel   
Walen, Cathrien   
Naam Locatie in Tekst
Ohé en Laak   
Maaseyck   
Plaats van Handelen
Maaseyck   
