Hoofdtekst
Vuurman: Deze verscheen 's avonds in het Hazelaarsbroek. Hij had een lamp in de hand. Vertellers vader beweerde hem vroeger een te hebben gezien, toen hij met de kar op weg was om turf te halen. Wanneer men hem ongemoeid liet, deed hij geen kwaad. Men mocht echter geen teken of handbeweging in zijn richting doen.Voordat in 1885 de Cistercienserpaters (trappisten) het klooster Lilbosch hadden gesticht, lag daar reeds een hoeve. Een knecht van deze hoeve had op de vuurman gefloten. Hij wist goed dat dit de woede van de vuurman zou opwekken. Uit het raam had hij gefloten, maar om te voorkomen, dat de vuurman hem zou kunnen bereiken had hij een touw gebonden aan de "blinden" (vensterluiken), om ze snel en stevig te kunnen dichtmaken.Nauwelijk s echter had hij gefloten of met snelle vaart kwam de vuurman op hem af. Nog juist had hij de blinden kunnen sluiten toen hij er plotseling een bons op hoorde. Later ging hij kijken of het vensterluik beschadigd was.Dit was echter niet het geval, doch een ingebrande hand stond er op afgetekend.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Zien van vuurman; na fluiten op vuurman horen van bons op vensterluik en zien van ingebrande hand.
Bron
Collectie Linssen, verslag 101, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Hazelaarsbroek   
Lilbosch   
Plaats van Handelen
Echt   
