Hoofdtekst
"Ja", zegt mevrouw wed. vanAlten-Jansen, "er gebeurden daar zo omstreeks 1900 rare dingen op de Noorddijk, een eindweegs buiten de kom van ons Hoekse dorp"!
Vader kon ons daarover, toen we nog kinderen waren, zo mooi vertellen, maar die is jammer genoeg vóór 3 jaar gestorven. Zelf heb ik nog wel wat van die verhalen onthouden en wat me nog het meest heeft getroffen is wel de spookgeschiedenis die zich zou hebben afgespeeld op de boerderij van Dieleman op de Noorddijk.
Dieleman woonde daar met 'vrouw en schoonmoeder; er diende ook een meisje van 15-16 jaar. Haar voornaam ben ik zowat vergeten, laten we haar maar Krina noemen, maar haar "van" was Hamelink. Haar ouders woonden op het Boerengat, een gehucht behorende tot de gemeente Hoek, en liggende tussen Hoek en Terneuzen.
Toen Krina op een vroege morgen in de "bakkeete" bezig was het deeg te kneden (de boeren bakten toen nog allemaal zelf) deed zich iets wonderlijks voor. Het deeg dat nu nog moest rijzen werd opeens uit de trog tegen de lage zoldering aangesmeten om dan weer in de trog terecht te komen. Daar schrok Krina danig van en vertelde dat aan de boerin, Vrouw Dieleman, die haar uitlachte, want sporen van deze gekke "sprong" waren niet te vinden.
Enige tijd later, Krina is weer aan het kneden, springen uit het deeg allemaal heel kleine, jonge hondjes, die zomaar verdwijnen, ook zonder enig spoor achter te laten.
Krina kon niet verder gaan met kneden, riep de boerin en moest naar bed, waar ze hevig lag te transpireren. Toen ze er met de boerin weer over kon spreken en deze haar weer ging uitlachen maakte ze zich boos en zei op slag haar dienst op. De boerin, die wel zag dat er met Krina niets meer te beginnen was liet haar diezelfde middag vertrekken.
Ze ging te voet (andere middelen had je toen nog niet) naar huis over deKnol, een gehucht vóór het Boerengat. Ze nam op de wei van boer Tollenaar (er woont nu een Mullaert) het zg. "kerkepadje", dat dwars door het bouwland liep (nu allang verdwenen) en dat uitkwam op de boerderij van Marien Wolfert, die nabij het Boerengat woonde.
Om te beginnen deed ze over dit laatste gedeelte van haar tocht een erg lange tijd, maar toen ze in de buurt van Wolfert was gekomen kreeg ze nogeens een belevenis te verwerken!
Bij het vlondertje, dat over een "watergang" lag springt een grote zwarte hond van achter op haar rug en hoe ze schudt, ze kan het beest niet eerder kwijtraken dan wanneer ze - dol van angst - op de boerderij van Wolfert is aangekomen.
"De vrouw van Dieleman" zegt mevrouw vanAlten, "werd er destijds op aangezien, de veroorzaakster te zijn van die rare voorvallen!"
Tot zover dan het relaas van mevrouw vanAlten, die van haar vader nog wel andere voorvalletjes heeft gehoord, maar ze toch niet meer voldoende weet te herinneren.
"Misschien" zegt ze, "kan Leijs uit de Willemsstraat, hier op Hoek, U nog wel wat vertellen, want die heb ik er wel eens over horen spreken."
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0540 - Hexe führt irre   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Noorddijk   
Dieleman   
Krina Hamelink   
de Knol   
Boerengat   
Naam Locatie in Tekst
Hoek   
Plaats van Handelen
Boerengat   
