Hoofdtekst
't Was trouwens in die hele Koudepolder niet in orde, meneer!
Want toen ik oud genoeg was om "koeter" (koewachter) te worden kon ik een plekje krijgen bij een Frans Dieleman (1) helemaal achter in de Koudepolder.
'k Bleef daar 'snachts, behalve van Zaterdag op Zondag ook slapen in de schuur. De grote knecht heette Louis de Blaaij en dan was er nog een belgisch knechtje, een heel klein gebouwd kereltje, "Wardje" noemden ze hem altijd. Dat kleine ventje heeft daar snachts wat angsten uitgestaan! Ikzelf sliep meestal door alles heen, maar Louis de Blaaij vertelde me d 'er wel eens over.
't Was een grote "stee" en in de drukke tijd moesten soms 6 of 7 tuig paarden al vroeg worden ingespannen. (Een "tuig"paarden betekent hier 2 paarden voor één wagen).
Die beesten, die de hele nacht op stal stonden, waren soms zeer onrustig en 'smorgens met een soort van schuim overdekt. Dat kwam, zei Louis de Blaaij, van de vele dwaallichtjes, die in de schuur rondsprongen, wat de beesten angstig maakte.
't Gebeurde ook wel, dat de grote deuren midden in de nacht openvlogen, iets waardoor ik zelf ook wel eens wakker werd. En eerlijk, meneer, dan was het buiten doodstil weer!
Wardje dorst dan niet naar buiten en dan moest Louis komen om de boel weer dicht te maken. De baas, Frans Dieleman, trok z'n eigen daar niet veel van aan: " 't Bin allemaal prullen" zei ie dan, als ze hem weer eens wat vertelden.
In "de Buurte" was het echter goed bekend en een zekere Westerbeke, die een heel eind verderop woonde, werd er op aangezien, die rare voorvallen te veroorzaken. "'t Is een spiritist"! zeiden sommigen, maar of dat waar was weet ik niet zeker, meneer.
Wel heb ik eens iets gehoord van Jan de Regt, die ook in de Koudepolder woonde en "Oom" moest zeggen tegen die Westerbeke.
Jan deRegt dan, kwam op een koude winteravond - daar "vloog" wat sneeuw terug van den Hoek. Toen hij al een eind buiten Hoek was en door de Koudepoldersestraat liep, kreeg hij opeens een tik op z'n schouder. Hij schrok, keek om zich heen, maar zag niemand, maar wel voelde hij dat hem een zware zak met wat graan erin op de schouders was gelegd.
Nu, je moet niet denken, meneer, dat hij die zak van z'n schouders kon afgooien; geen sprake van! Een half uur lang moest hij die zak meedragen tot hij, aan het eind van de Koudepoldersestraat gekomen, waar een kennis van hem woonde, een zekere Dirk vanTatenhoven, het ding van z'n nek kon afgooien!
Doodop van vermoeidheid en ondanks het koude weer overdekt met angstzweet, vlucht deRegt het huisje binnen. Wat van de schrik bekomen vraagt vanTatenhove hem, waar hij was, toen hij die tik op z'n schouder voelde.
"Wel, warempel," zegt Jan de Regt, "ik was ter hoogte van Oom Westerbeke, 'k had beter bij hem kunnen binnenlopen."
"Nee man," zegt Dirk, “"dat je dat niet gedaan hebt, want misschien weet je 't niet, maar 't is vast je eigen oom geweest, die jou die poets heeft gebakken!"
"In ieder geval, meneer," zegt Karel Hamelink, "was het daar in de Koudepolder geen zuivere boel!"
[1). Niet DE "Frans Dieleman", wiens vrouw de "Zwarte Kunst" bedreef om en bij de Noorddijk!"]
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
TM 3108 - Nachtmerrie berijdt paard   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Koudepolder   
Frans Dieleman   
Westerbeke   
Jan de Regt   
Koudepoldersestraat   
Dirk vanTatenhoven   
Naam Locatie in Tekst
Hoek   
Plaats van Handelen
Hoek   
