Hoofdtekst
En ge zoudt, meneer, iets willen horen over buitengewone zaken. Nu, 't een en ander weet ik er wel van, maar 't is al heel lang geleden.
Ze zeggen wel, dat ge aan geesten en zo niet moogt geloven, dat het bijgeloof is, maar als ge 't zelf hebt meegemaakt, of het van anderen, betrouwbare mensen hebt vernomen, is 't toch wel moeilijk te menen, dat 't al verbeelding is.
Heel lang gelden, in 1842, mijn moeder was toen een aankomend meisje, werd in de buurt van "'t Hoge Pad", een soort van kerkpad dwars door 't land, een meisje van 18 of 20 jaar, Apolonia Buijsrogge, een dochter van een daar in de buurt wonende boer, vermoord gevonden. Men had wel enige verdenking tegen enkele personen uit de omgeving, maar hoe de politie ook speurde, tot arrestatie kwam het niet. Wel viel het de eerstvolgende Zondag in de kerk op Klooster (Kloosterzande) sterk op, dat, toen de Pastoor de droeve gebeurtenis memoreerde en hij aan het Altaar drie grote houten kruisen had doen ophangen, er achter in de kerk drie mannen zaten, met hun rug naar het Altaar gekeerd! Maar ja, hoe vreemd ook, was dat nog geen enkel bewijs!
Pas na enkele jaren, zei moeder, verkondigde de Pastoor vanaf de preekstoel dat de werkelijke dader was gestorven en voor zijn sterven een bekentenis had afgelegd, doch dat hij (de Pastoor) de naam niet mocht noemen.
Kort na de moord waren de meeste mensen bang om 'savonds langs het "Hoge Pad" te gaan, maar toen er tal van jaren waren verstreken en men het wat aan 't vergeten was, zag op een schemeravond een dienstbode van Ko Jansen, die daar in de buurt woonde, dicht bij de plaats waar de moord was geschied een lichtgevende schim, die over het pad gleed! Dodelijk verschrikt zette het meisje het op een lopen en werd, dat begrijpt U, door Ko Jansen flink uitgelachen. "Ge zijt niet wijs", zei Ko haar, "g 'hebt U door ouwe praatjes bang laten maken!" Maar meerdere mensen, die een soortgelijke ervaring opdeden als ze 's avonds langs het pad liepen en toch geen bangerikken of fantasten waren, bevestigden het verhaal.
Daar kwam nog bij, dat de knecht van Ko Jansen een paar maal al iets geks had meegemaakt. Jansen had langs het Hoge Pad een stuk weiland, dat was afgerasterd, waar hij overdag de koeien liet grazen en ze, zoals dat hier gebruikelijk is, 's avonds liet binnenhalen door zijn knechtje.
Al een paar keer ging, als de jongen de beesten kwam halen, het damhek vanzelf langzaam open en sloot zich eveneens vanzelf als de laatste koe en het knechtje gepasseerd waren.
"Kom", zegt Jansen, als de knecht dat vertelt, "z 'hebben jou dus ook al zo ver gekregen!"
Maar de volgende avond, als Ko zelf met de jongen meeloopt, herhaalt zich het verschijnsel. Er is daar geen struikgewas te bekennen, dus aan flauwe grapjes behoeft niet te worden gedacht. "'t Is gek,"zegt Ko, "maar 'k moet bekennen, dat ik het zelf ook niet kan verklaren!"
U begrijpt, dat het "Hoge Pad" zodoende in een slechte reuk kwam te staan, zodanig, dat men het zelfs nu nog niet geheel is vergeten! Maar ach, tegenwoordig lacht men om die "domme bijgelovige" mensen van vroeger!
Maar 't is gemakkelijk er om te lachen, als ge 't zelf niet hebt meegemaakt of ondervonden!
Merkwaardig is ook, dat in de tijd waar ik U over sprak, dat zal dan rond 1860 zijn geweest, zich in de buurt van "'t Oliekot" en tegelijk ook rond Kruispolder tal van geheimzinnige voorvallen voordeden.
Ze zeggen wel, dat ge aan geesten en zo niet moogt geloven, dat het bijgeloof is, maar als ge 't zelf hebt meegemaakt, of het van anderen, betrouwbare mensen hebt vernomen, is 't toch wel moeilijk te menen, dat 't al verbeelding is.
Heel lang gelden, in 1842, mijn moeder was toen een aankomend meisje, werd in de buurt van "'t Hoge Pad", een soort van kerkpad dwars door 't land, een meisje van 18 of 20 jaar, Apolonia Buijsrogge, een dochter van een daar in de buurt wonende boer, vermoord gevonden. Men had wel enige verdenking tegen enkele personen uit de omgeving, maar hoe de politie ook speurde, tot arrestatie kwam het niet. Wel viel het de eerstvolgende Zondag in de kerk op Klooster (Kloosterzande) sterk op, dat, toen de Pastoor de droeve gebeurtenis memoreerde en hij aan het Altaar drie grote houten kruisen had doen ophangen, er achter in de kerk drie mannen zaten, met hun rug naar het Altaar gekeerd! Maar ja, hoe vreemd ook, was dat nog geen enkel bewijs!
Pas na enkele jaren, zei moeder, verkondigde de Pastoor vanaf de preekstoel dat de werkelijke dader was gestorven en voor zijn sterven een bekentenis had afgelegd, doch dat hij (de Pastoor) de naam niet mocht noemen.
Kort na de moord waren de meeste mensen bang om 'savonds langs het "Hoge Pad" te gaan, maar toen er tal van jaren waren verstreken en men het wat aan 't vergeten was, zag op een schemeravond een dienstbode van Ko Jansen, die daar in de buurt woonde, dicht bij de plaats waar de moord was geschied een lichtgevende schim, die over het pad gleed! Dodelijk verschrikt zette het meisje het op een lopen en werd, dat begrijpt U, door Ko Jansen flink uitgelachen. "Ge zijt niet wijs", zei Ko haar, "g 'hebt U door ouwe praatjes bang laten maken!" Maar meerdere mensen, die een soortgelijke ervaring opdeden als ze 's avonds langs het pad liepen en toch geen bangerikken of fantasten waren, bevestigden het verhaal.
Daar kwam nog bij, dat de knecht van Ko Jansen een paar maal al iets geks had meegemaakt. Jansen had langs het Hoge Pad een stuk weiland, dat was afgerasterd, waar hij overdag de koeien liet grazen en ze, zoals dat hier gebruikelijk is, 's avonds liet binnenhalen door zijn knechtje.
Al een paar keer ging, als de jongen de beesten kwam halen, het damhek vanzelf langzaam open en sloot zich eveneens vanzelf als de laatste koe en het knechtje gepasseerd waren.
"Kom", zegt Jansen, als de knecht dat vertelt, "z 'hebben jou dus ook al zo ver gekregen!"
Maar de volgende avond, als Ko zelf met de jongen meeloopt, herhaalt zich het verschijnsel. Er is daar geen struikgewas te bekennen, dus aan flauwe grapjes behoeft niet te worden gedacht. "'t Is gek,"zegt Ko, "maar 'k moet bekennen, dat ik het zelf ook niet kan verklaren!"
U begrijpt, dat het "Hoge Pad" zodoende in een slechte reuk kwam te staan, zodanig, dat men het zelfs nu nog niet geheel is vergeten! Maar ach, tegenwoordig lacht men om die "domme bijgelovige" mensen van vroeger!
Maar 't is gemakkelijk er om te lachen, als ge 't zelf niet hebt meegemaakt of ondervonden!
Merkwaardig is ook, dat in de tijd waar ik U over sprak, dat zal dan rond 1860 zijn geweest, zich in de buurt van "'t Oliekot" en tegelijk ook rond Kruispolder tal van geheimzinnige voorvallen voordeden.
Onderwerp
SINSAG 0436 - Mörder kehrt wieder.   
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
TM 3401 - Het spookhek   
Beschrijving
Van moord verdachte mannen zitten in kerk met hun rug naar drie kruisen; dader legt bekentenis af bij pastoor; schim en spookhek op moordplaats.
Bron
Collectie De Vries, verslag 18, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
't Hoge Pad   
Apolonia Buijsrogge   
't Oliekot   
Kruispolder   
Naam Locatie in Tekst
Kloosterzande   
