Hoofdtekst
Maar dan blijkt al gauw, dat Mevr. deBakker zelf nog met een oude geschiedenis rondloopt, die ons terugvoert naar een vroeger verhaal (zie verslag nr. I.112-15 [hernummering Collectie De Vries, verslag 16] over "Wat Wullaerts vader vertelde") rondom deKauter.
En dan blijkt daaruit verder nog, dat de macht van de Pastoor toch niet helemaal afdoende is geweest!
Maar kom, laten we Mevr. deBakker liever aan het woord komen:
"Wel meneer, d'as ook toevallig; laat nu de boerderij van vanDuijse-Ferket bij deKauter, waarover U mij iets vertelde, dezelfde zijn, waarover mijn verhaal gaat!
Mijn vader heeft daar zelf tegenaan gewoond. U moet weten, dat op één groot “HOF” drie boerderijen bijeen stonden. De grootste, dat is dan die van vanDuijse-Ferket was heel oud en gebouwd door de Prinsen van Aremberg. Deze boerderij was geheel onderkelderd; aan de vóór- en achterzijde van het huis waren 8 ramen, terwijl een eindje van het huis een enorme schuur was gebouwd om het graan te bergen, want er was zeer veel land bij die boerderij. Wat verderop stond een grote schaapskooi.
In de tijd dat mijn vader daar vlak bij woonde in een kleiner huis, zaten omstreeks 1900 de "Wezen Ferket" op de grote boerderij, te weten 3 jongens en 4 meisjes, met als huishoudster "Tante Lot" (Charlotte). De "Wezen Ferket" behoorden tot de familie vanDuijse-Ferket, die daar voor hen gewoond hadden. Mijn vader heeft het ons alles later verteld, want ikzelf was toen pas vier jaar oud, dat het op de grote boerderij niet "in orde" was.
Hij bedoelde daarmee, dat er soms onverklaarbare dingen gebeurden.
Als 's avonds de vele luiken aan de buitenkant van de ramen gesloten werden, sprongen deze soms 'snachts met veel lawaai open. Ging men dan naar buiten om te kijken, dan was er niets te bespeuren, waaraan men dit kon toeschrijven.
De jongens Ferket hadden op een late najaarsdag op een stuk land putten "gemold", d.w.z. met een soort van platte sneeuwploeg de putten vlakgereden. Als de paarden, dorstig van het zware werk, voor ze in de stal zouden worden geleid eerst bij de put gaan drinken, vallen er twee op slag dood! De volgende morgen blijken alle gelijkgemaakte stukken op het land opnieuw weer putten te zijn.
Eenmaal is 't gebeurd, zei vader, dat in één week 16 paarden plotseling dood bleven. Of dat nu een geheimzinnige ziekte is geweest of iets anders daar is men toen nooit achter gekomen. Later zijn ook dikwijls koeien zomaar opeens doodgebleven.
In de grote schuur, waarover ik U in 't begin sprak, was een z.g. "winkel" dat was een bepaald gedeelte waar het vele graan enz. hoog werd opgetast om in de winter te worden gedorsen op de dorsvloer.
Dan gebeurde het wel eens - vader had dat zelf gezien - dat het graan of erwten of wat dan ook, langzaam een paar meter de hoogte inging, om even langzaam weer zijn vorige stand in te nemen.
Bij ons thuis hebben ze wel eens gedacht, dat het verlies van drie jongetjes, die alle achter elkaar in drie jaar zijn gestorven, telkens als ze drie maanden oud waren, ook moet worden toegeschreven aan de vreemde gebeurtenissen op en rond de grote boerderij.
De "Wezen Ferket" hebben er wel met de geestelijkheid over gesproken, maar voor zover ik weet zijn die alleen maar op de boerderij wezen praten. Misschien is hier en daar wat wijwater gesprenkeld, maar meer ook niet!
De grote boerderij bestaat niet meer. In 1944 is er bij de beschieting van de stad Antwerpen door de Duitsers met de z.g. "Vliegende bommen" een op de boerderij terecht gekomen, waardoor deze geheel is vernield.
Vader is niet al te lang op de kleine boerderij gebleven en verhuisd naar de buurt van Kuitaard.
'k Geloof niet gemakkelijk aan die "vreemde dingen", meneer, maar 't is wel heel wonderlijk, dat, zoals U ook al wist op die boerderij altijd iets bijzonders is geweest!"
En dan blijkt daaruit verder nog, dat de macht van de Pastoor toch niet helemaal afdoende is geweest!
Maar kom, laten we Mevr. deBakker liever aan het woord komen:
"Wel meneer, d'as ook toevallig; laat nu de boerderij van vanDuijse-Ferket bij deKauter, waarover U mij iets vertelde, dezelfde zijn, waarover mijn verhaal gaat!
Mijn vader heeft daar zelf tegenaan gewoond. U moet weten, dat op één groot “HOF” drie boerderijen bijeen stonden. De grootste, dat is dan die van vanDuijse-Ferket was heel oud en gebouwd door de Prinsen van Aremberg. Deze boerderij was geheel onderkelderd; aan de vóór- en achterzijde van het huis waren 8 ramen, terwijl een eindje van het huis een enorme schuur was gebouwd om het graan te bergen, want er was zeer veel land bij die boerderij. Wat verderop stond een grote schaapskooi.
In de tijd dat mijn vader daar vlak bij woonde in een kleiner huis, zaten omstreeks 1900 de "Wezen Ferket" op de grote boerderij, te weten 3 jongens en 4 meisjes, met als huishoudster "Tante Lot" (Charlotte). De "Wezen Ferket" behoorden tot de familie vanDuijse-Ferket, die daar voor hen gewoond hadden. Mijn vader heeft het ons alles later verteld, want ikzelf was toen pas vier jaar oud, dat het op de grote boerderij niet "in orde" was.
Hij bedoelde daarmee, dat er soms onverklaarbare dingen gebeurden.
Als 's avonds de vele luiken aan de buitenkant van de ramen gesloten werden, sprongen deze soms 'snachts met veel lawaai open. Ging men dan naar buiten om te kijken, dan was er niets te bespeuren, waaraan men dit kon toeschrijven.
De jongens Ferket hadden op een late najaarsdag op een stuk land putten "gemold", d.w.z. met een soort van platte sneeuwploeg de putten vlakgereden. Als de paarden, dorstig van het zware werk, voor ze in de stal zouden worden geleid eerst bij de put gaan drinken, vallen er twee op slag dood! De volgende morgen blijken alle gelijkgemaakte stukken op het land opnieuw weer putten te zijn.
Eenmaal is 't gebeurd, zei vader, dat in één week 16 paarden plotseling dood bleven. Of dat nu een geheimzinnige ziekte is geweest of iets anders daar is men toen nooit achter gekomen. Later zijn ook dikwijls koeien zomaar opeens doodgebleven.
In de grote schuur, waarover ik U in 't begin sprak, was een z.g. "winkel" dat was een bepaald gedeelte waar het vele graan enz. hoog werd opgetast om in de winter te worden gedorsen op de dorsvloer.
Dan gebeurde het wel eens - vader had dat zelf gezien - dat het graan of erwten of wat dan ook, langzaam een paar meter de hoogte inging, om even langzaam weer zijn vorige stand in te nemen.
Bij ons thuis hebben ze wel eens gedacht, dat het verlies van drie jongetjes, die alle achter elkaar in drie jaar zijn gestorven, telkens als ze drie maanden oud waren, ook moet worden toegeschreven aan de vreemde gebeurtenissen op en rond de grote boerderij.
De "Wezen Ferket" hebben er wel met de geestelijkheid over gesproken, maar voor zover ik weet zijn die alleen maar op de boerderij wezen praten. Misschien is hier en daar wat wijwater gesprenkeld, maar meer ook niet!
De grote boerderij bestaat niet meer. In 1944 is er bij de beschieting van de stad Antwerpen door de Duitsers met de z.g. "Vliegende bommen" een op de boerderij terecht gekomen, waardoor deze geheel is vernield.
Vader is niet al te lang op de kleine boerderij gebleven en verhuisd naar de buurt van Kuitaard.
'k Geloof niet gemakkelijk aan die "vreemde dingen", meneer, maar 't is wel heel wonderlijk, dat, zoals U ook al wist op die boerderij altijd iets bijzonders is geweest!"
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Betovering van boerderij met opverklaarbare gebeurtenissen.
Bron
Collectie De Vries, verslag 19, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
van Duijse-Ferket   
Ferket   
Naam Locatie in Tekst
de Kauter   
Plaats van Handelen
Nieuw Namen   
