Hoofdtekst
Thijs van den Brenk kon weerwolven, werd er beweerd. Toen er na het overlijden van Thijs erfhuis was, werd er gevraagd, waar het weerwolvenvel was! Of dit niet verkocht moest worden!
(De vader van Thijs was wagenmaker. Deze had zich een doodkist gemaakt. Daar deed hij zijn middagdutje in. Verhaal over middagdutje in de doodkist werd vroeger bij mij thuis al verteld, maar daar was het Thijs zelf, die de kist gebruikte)
(Het huis van Thijs werd verkocht aan een zekere Stam. Stam wilde kalveren gaan kopen in Purmerend. Hij was de avond voor de Purmerendse markt om 5 uur met de trein meegegaan, 's avonds brandde de hele boel af) Stam zei, dat hij het in Purmerend geroken had.
(De vader van Thijs was wagenmaker. Deze had zich een doodkist gemaakt. Daar deed hij zijn middagdutje in. Verhaal over middagdutje in de doodkist werd vroeger bij mij thuis al verteld, maar daar was het Thijs zelf, die de kist gebruikte)
(Het huis van Thijs werd verkocht aan een zekere Stam. Stam wilde kalveren gaan kopen in Purmerend. Hij was de avond voor de Purmerendse markt om 5 uur met de trein meegegaan, 's avonds brandde de hele boel af) Stam zei, dat hij het in Purmerend geroken had.
Beschrijving
Iemand kan weerwolven; anekdote over maker van eigen doodkist; ruiken van brand op zeer grote afstand.
Bron
Collectie Hol, verslag 14, verhaal 15 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Thijs van den Brenk   
Stam   
Plaats van Handelen
Kesteren   
