Hoofdtekst
De jongens (mijn zegsman met zijn broers) Boudewijn gingen geregeld bij andere jongelui kaarten. Als de jongens vertrokken, was de vader van het gezin altijd afwezig. Kwamen zij buiten, dan zagen zij in het wagenspoor altijd een hond of kat. Schopten zij er naar, dan bleek er niets te zijn. Ook zagen zij wel eens een man staan (Dat dit de vader van het gezin was, daarvan waren ze overtuigd). Grepen zij naar hem dan bleek er niets te zijn. Die man stond nu eens aan de ene, dan weer aan de andere kant van de weg.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Zien van hond of kat die er niet zijn als er naar wordt geschopt, ook man waarnaar wordt gegrepen is er niet.
Bron
Collectie Hol, verslag 26, verhaal 15 (Archief Meertens Instituut)
Plaats van Handelen
Tiel   
