Hoofdtekst
De kolk bij Jan van Soest in Eldik (buurtschap van Ochten naar kant Dodewaard) is geweldig diep. Het is daarmee wonderlijk gesteld: eens had men er de ene dag nog schaatsen opgereden en de volgende dag was er geen ijs meer op te bekennen.
Eens moet er een boer met paard en wagen ingereden zijn. Men heeft er nooit iets meer van teruggezien.
De strang (oude afgesneden rivierbocht) bij de kerk van Dodewaard moet ook geweldig diep zijn. Men heeft eens zijn best gedaan de strang te peilen, maar het lukte niet. Men kon de bodem niet bereiken.
Eens moet er een boer met paard en wagen ingereden zijn. Men heeft er nooit iets meer van teruggezien.
De strang (oude afgesneden rivierbocht) bij de kerk van Dodewaard moet ook geweldig diep zijn. Men heeft eens zijn best gedaan de strang te peilen, maar het lukte niet. Men kon de bodem niet bereiken.
Onderwerp
TM 2607 - De bodemloze put of poel   
Beschrijving
Peilloos diepe kolken.
Bron
Collectie Hol, verslag 32, verhaal 22 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Jan van Soest   
Naam Locatie in Tekst
Eldik   
Ochten   
Dodewaard   
Plaats van Handelen
Eldik   
Dodewaard   
