Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ENGELS002114 - Rovers

Een sage (mondeling), zaterdag 23 februari 1963

Hoofdtekst

Rovers:
Vroeger woonde in Horn een roverhoofdman, “’t Sjoeke” genoemd. Op een keer brak de bende in bij “Sjtien in de Koet”, een huis liggend in de sleuf langs de Rijksweg tussen Haelen en Horn. Haar man, Driek, hoorde onraad, en stond op, doch kon zijn kleren niet vinden! Sjtien, ook niet mak, vloog het bed uit, en greep een rover bij de haren, doch deze kwam weg met achterlating van zijn versierselen. Daags daarna kwam ’t Sjoeke aan in het café van Sjtien, en hoorde het verhaal. Hij vroeg: “Koos Driek zien kleijer neet vinge?” Hieruit bleek, dat ’t Sjoeke er bij was!
Dit gebeurde ongeveer 1880.

Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.

Onderwerp

SINSAG 1303 - Räuber verrät sich selbst: verspricht sich, Schwarzmacher hat noch Schwarze auf seinem Gesicht.    SINSAG 1303 - Räuber verrät sich selbst: verspricht sich, Schwarzmacher hat noch Schwarze auf seinem Gesicht.   

Beschrijving

Roverhoofdman laat door een vraag blijken dat hij bij een inbraak is betrokken geweest.

Bron

Collectie Engels, verslag 21, verhaal 14 (Archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

’t Sjoeke    ’t Sjoeke   

Sjtien in de Koet    Sjtien in de Koet   

Rijksweg    Rijksweg   

Naam Locatie in Tekst

Horn    Horn   

Haelen    Haelen   

Plaats van Handelen

Horn    Horn   

Haelen    Haelen