Hoofdtekst
Rovers:
Vroeger woonde in Horn een roverhoofdman, “’t Sjoeke” genoemd. Op een keer brak de bende in bij “Sjtien in de Koet”, een huis liggend in de sleuf langs de Rijksweg tussen Haelen en Horn. Haar man, Driek, hoorde onraad, en stond op, doch kon zijn kleren niet vinden! Sjtien, ook niet mak, vloog het bed uit, en greep een rover bij de haren, doch deze kwam weg met achterlating van zijn versierselen. Daags daarna kwam ’t Sjoeke aan in het café van Sjtien, en hoorde het verhaal. Hij vroeg: “Koos Driek zien kleijer neet vinge?” Hieruit bleek, dat ’t Sjoeke er bij was!
Dit gebeurde ongeveer 1880.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Vroeger woonde in Horn een roverhoofdman, “’t Sjoeke” genoemd. Op een keer brak de bende in bij “Sjtien in de Koet”, een huis liggend in de sleuf langs de Rijksweg tussen Haelen en Horn. Haar man, Driek, hoorde onraad, en stond op, doch kon zijn kleren niet vinden! Sjtien, ook niet mak, vloog het bed uit, en greep een rover bij de haren, doch deze kwam weg met achterlating van zijn versierselen. Daags daarna kwam ’t Sjoeke aan in het café van Sjtien, en hoorde het verhaal. Hij vroeg: “Koos Driek zien kleijer neet vinge?” Hieruit bleek, dat ’t Sjoeke er bij was!
Dit gebeurde ongeveer 1880.
Geen omzetting in dialect van het verhaal door Engels.
Onderwerp
SINSAG 1303 - Räuber verrät sich selbst: verspricht sich, Schwarzmacher hat noch Schwarze auf seinem Gesicht.   
Beschrijving
Roverhoofdman laat door een vraag blijken dat hij bij een inbraak is betrokken geweest.
Bron
Collectie Engels, verslag 21, verhaal 14 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
’t Sjoeke   
Sjtien in de Koet   
Rijksweg   
Naam Locatie in Tekst
Horn   
Haelen   
Plaats van Handelen
Horn   
Haelen   
