Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KOOIJMAN027401 - De Hoorndeelschedijk en Heineweel.

Een sage (mondeling), dinsdag 05 november 1963

Hoofdtekst

De Hoorndeelschedijk en Heineweel.

Daar waar de Hoorndeelschedijk
De Zwaalwen saam verbindt
Waar men aan deszelfs helling vaak
Voortreffelijk rundvee vindt
Is bovendien een fraije weg
Die elk passant bekoort
En van zijn hoogt naar 't zuiden heen
Men ontwaart het bekoorlijkst oord.
Ja waar in lente en zomertijd
Het rund in menigte graast
Men menen zou in Hollands oord
Zich zien te zijn verplaatst.
't Is daar waar heden jong en grijs
Steeds ongehinderd gaat
En nu niet meer gelijk voorheen
Door slijk en modder baadt.
Neen een gladde baan verrees
Onlangs tot stand gebracht
Tot dienst en nut van 't algemeen
Bij dag als bij nacht.
Zo wordt door vasten wil en wet
Een schoone weg bereid
Waarvoor het nageslacht nog dankt
Des dorpsbestuurs beleid,
Geen luid gemor, noch 's-Groenbaas' klacht
Wordt heden meer gehoord
Zelfs van geen eenen wandelaar
In 't slijk daar schier gesmoord.
O neen !, want daagde S. nu op
Dan riep hij wis: Wel, wel !
Nu lijkent wel een kolfbaan
Voorheen was 't hier een hel.
Dan ach waar bij van veel goeds en schoon
Daar Heine-weel niet meer.
Die poel van over ouden tijd
Waarin 't spookt keer op keer.
Och, hadd' men dien toen maar gedempt
Naar veler wens en woord
Dan was voorwaar al 't helsche ras
Wis in dien plas gesmoord.
Dan had men nu geen hinder meer
Van dat vervloekte wijf,
Dat vaak komt spoken in den nacht,
En velen krijgt bij 't lijf.
Ja velen, die ze eensklaps verscheen
't Schier kostte zelfs den dood
Terwijl zo menig ziener daar
Voor haar als haas ontvlood.
Geen wonder, want 't is ook gebeurd,
Bevestigd door een eed,
Dat ze op een rijtuig plaats eens nam
En toen ze medereed.
Maar, zegt men tevens, dat dit feit
Geschiedde uit de grap,
Want kort daarna verdween zij weer
Altijd gezwind en rap.
Weer anderen zagen op die plek
Een wit en schuw koijn,
Dat liep en huppelde aan den dijk
Bij heldren maneschijn.
Zelfs spreekt men van een ganse troep
Van heksen hand aan hand,
Die danste daar een polka-dans
Gebroken van den band.
Een derde zag een weerwolf ook
Met ogen als van vuur,
Die aan den poel stond als een sfinx
Juist 's-nachts om twaalf uur.
Een vierde....maar waartoe nog meer
Van geesten voorts verteld,
Die vaak verrezen uit dien plas
En zweefden langs het veld.
Men zegge wat men zeggen wil
Het spookt daar toch gewis
Des avonds laat maar meestal 's-nachts
Als het pikdonker is.
De wereld pleit voor spokerij,
Door dromen zelfs gestaafd
Door hen zelfs die nooit angstig zijn
Met groot verstand begaafd.
Wat dan ook 't ongeloof beweer
Dat zij bestaat in schijn
Bevinding heeft het klaar getoond
Dat er veel spoken zijn.
Dies zal men den bewusten plas
Steeds schuwen als de pest
En angstig blikken (en passant)
Waar menig spook in rest.
Roemt klein en groot nog lang den weg
Van ginschen Horendeel
Nog over jaren spreekt men nog
Van dien beruchten weel.

Augustus 1858

Geschreven door F. de Looij Azn.

Beschrijving

Om middernacht spookt vrouw bij een plas.

Bron

Collectie Kooijman, verslag 274, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

... gedicht uit 1858, dat naar zijn zeggen is geschreven door een vroegere onderwijzer te Lage Zwaluwe.
Daar dit rijm enkele belangwekkende bijzonderheden bevat, volgt het hier in z'n geheel.
Het gaat over een spookplas of spookwiel, gelegen tussen Hoge en Lage Zwaluwe.

Naam Overig in Tekst

Hoorndeelschedijk    Hoorndeelschedijk   

Heineweel    Heineweel   

Naam Locatie in Tekst

Hoge Zwaluwe    Hoge Zwaluwe   

Lage Zwaluwe    Lage Zwaluwe