Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CJ0287A15

Een mop (mondeling), 1951

Hoofdtekst

Der wie us in faem, dy slynde altyd. Hja wie net allinne fortroud. De frou moest der bislist by wêze. Doe praetten se ôf, as se allinne wie, moest se hyltyd yn 'e hannen klappe.
Hwat die nou de lieperd? Hja sloech mei de iene hân op 't bleate gat, mei de oare stiel se.

Beschrijving

Een snoeper kan niet alleen gelaten worden zonder de hele snoepvoorraad te plunderen. Als het meisje toch alleen is, moet ze de hele tijd in haar handen blijven klappen om te verhinderen dat ze gaat snoepen. Het meisje slaat vervolgens met één hand op haar blote billen; met de andere hand haalt ze de kast leeg.

Bron

Collectie Jaarsma, verslag 287A, verhaal 15 (archief MI)

Commentaar

1951

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21