Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TINNEV269

Een sage (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

255.
Mien grootmoeder zei altied: "Aleer ie nao bed gaot dan moj de klompe niet veur 't bed zette. Aj gerammel heurt ien de klompe dan is taor de nachmeer op. Dan geet e ow op te bös ligge en dan köj haos gin aosem meer kriege. En aj dan venemp, 't een of ander, dan moj zegge:
"Nachmeer, lillijk dier;
Kom toch deze nach niet hier;
Ik hoap dat God mien zal spare;
En deze nach veur de nachmeer beware".

Beschrijving

Mijn grootmoeder zei altijd: "Als je naar bed gaat, moet je je klompen niet voor het bed zetten. Als je gerammel hoort in de klompen, dan is de nachtmerrie erop. Die gaat op je borst liggen en dan kun je haast geen asem krijgen. Als je iets hoort, moet je zeggen: 'Nachtmerrie, lelijk dier; Kom toch deze nacht niet hier; Ik hoop dat God me zal sparen; En deze nacht voor de nachtmerrie bewaren.'"

Bron

Vertellers uit de Liemers samengesteld door A. Tinneveld, Wassenaar 1976, p.226.

Naam Overig in Tekst

God    God   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20