Hoofdtekst
Te Oosthem in de provincie Groningen aan 't Reitdiep stond een café. Ik ben der wel eens met vader heen weest. We moesten over het kerkhof. Daar liep een loop-pad overheen. Vader kocht een borreltje. Ik kreeg kwast, ik was nog maar een jongen.
Op een keer zaten er twee vrouwen - de vrouw van de kastelein en nog een andere - achter 't café. Er werd die vrouwen opeens een doodskleed op schoot legd. En der was een stem die sprak: "'t Is te lang."
De ene vrouw zegt: "Als 't te lang is, geef het dan maar op."
Der werd een stuk af knipt en weer omzoomd.
En 't spooksel is nooit weer terugkoomn. (Het spooksel werd niet gezien toen het dat kleed daar neerlegde en weer weghaalde. 't Was gezichteloos, ze hoorden alleen de stem).
Op een keer zaten er twee vrouwen - de vrouw van de kastelein en nog een andere - achter 't café. Er werd die vrouwen opeens een doodskleed op schoot legd. En der was een stem die sprak: "'t Is te lang."
De ene vrouw zegt: "Als 't te lang is, geef het dan maar op."
Der werd een stuk af knipt en weer omzoomd.
En 't spooksel is nooit weer terugkoomn. (Het spooksel werd niet gezien toen het dat kleed daar neerlegde en weer weghaalde. 't Was gezichteloos, ze hoorden alleen de stem).
Beschrijving
Twee vrouwen kregen eens een doodskleed op schoot, zonder dat ze iemand zagen. Wel hoorden ze een stem zeggen, dat het te lang was. De vrouwen hebben het afgeknipt en weer omzoomd, en sindsdien is het spook nooit meer teruggekomen.
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 449, verhaal 2
Commentaar
1 september 1968
Naam Overig in Tekst
Reitdiep   
Naam Locatie in Tekst
Oosthem   
Groningen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
