Hoofdtekst
M'n vrouw en ik en m'n neef met zijn vrouw reden eens in de auto naar Hull. 'k Zeg al tegen die vrouwen:
"Niet te lang winkelen, der zit mist in de lucht."
Dan is de mist geel.
Wij komen in stad en toen was de mist so dik, overal brandden felle mistlichten.
Mijn neef en ik hadden elk een stok meenomen. We gingen elk aan een kant voor op de auto zitten. En zo sloegen we met een stok eerst gaten in de mist voordat we konden rijden. Zo zijn wij der doorkoomn.
"Niet te lang winkelen, der zit mist in de lucht."
Dan is de mist geel.
Wij komen in stad en toen was de mist so dik, overal brandden felle mistlichten.
Mijn neef en ik hadden elk een stok meenomen. We gingen elk aan een kant voor op de auto zitten. En zo sloegen we met een stok eerst gaten in de mist voordat we konden rijden. Zo zijn wij der doorkoomn.
Beschrijving
Twee mannen reden eens door de mist. Omstebeurt ging een van hen met een stok op de voorkant zitten, om te proberen of ze daar konden rijden.
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 449, verhaal 8
Commentaar
1 september 1968
Naam Locatie in Tekst
Hull   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
