Hoofdtekst
Moos werkt tot zijn eigen verbazing al een paar weken als ober in een restaurant. Op een dag roept een cliënt hem terug: 'Ober! Wat een klein biefstukje! Toen ik hier laatst was serveerde u ze veel groter. 'Meneer,' zegt Moos, 'Dat is gezichtsbedrog. Sinds u hier was hebben we verbouwd en is de zaak veel groter geworden.'
Beschrijving
Moos antwoordt een klant die meent dat de biefstuk kleiner is dan eerst, dat het gezichtsbedrog is omdat de zaak na de verbouwing groter is geworden.
Bron
G.M.M. Kuipers: Goede humor, slechte smaak. Een sociologie van de mop. Enschede 2001, p.279
Commentaar
18 januari 2001
Naam Overig in Tekst
Moos   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
